“Haal personen met een handicap uit de armoede” (opinie voor Sampol)

25 januari 2017
Actiedomein: Alle domeinen
Discriminatiegrond: Handicap

Deze brief van Unia-directeur Els Keytsman aan staatssecretaris Elke Sleurs verscheen in het maandblad Sampol

Aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een handicap,

Geachte mevrouw Sleurs,

In België gaat het hebben van een handicap vaak hand in hand met leven in bittere armoede. In de 21ste eeuw is dit in een welvarend land als België niet aanvaardbaar. Unia vraagt aan deze regering om in 2017 een einde te maken aan die armoede. Dit kan beginnen door de rechten van mensen met een handicap centraal te stellen in het beleid.

De cijfers liegen er niet om: armoede bij mensen met een handicap is een gigantisch probleem. Simpelweg een handicap hebben, vergroot de kans dat je de rekeningen niet kan betalen. 40% van personen met een handicap die leven van een uitkering, moeten rondkomen met minder dan 1.000 euro per maand. Ze zitten dus onder de Europese armoedegrens. En dan houden we nog geen rekening met de extra kosten die een handicap met zich meebrengt, zoals speciaal vervoer, aanpassingen aan de woning en medische kosten. Als we die extra kosten in rekening brengen, leven bijna acht op de tien personen met een handicap in armoede. Sommige schattingen komen uit op negen op de tien. De gevolgen hiervan zijn groot. Zo stelt één op drie een bezoek aan de dokter uit en spendeert het dubbele aan gezondheidszorgen in vergelijking met de gemiddelde Belg. Meer dan vier op tien kan niet deelnemen aan culturele activiteiten en maar liefst een op vier heeft niet het geld om zijn woning genoeg te verwarmen.

Deze cijfers zijn een ongemakkelijke waarheid. Ook bij het behandelen van de discriminatiedossiers van personen met een handicap ervaart Unia het telkens opnieuw: leven met een handicap is duur, zwaar en vaak eenzaam.

Op alle vlakken en alle niveaus moet het beleid een tandje bijsteken: van toegankelijk openbaar vervoer over betaalbare vrijetijdsbesteding tot een inclusieve arbeidsmarkt. De beloftes die deze regering daarover maakte zijn nog niet ingelost. Integendeel, deze regering voert maatregelen door die personen met een handicap extra hard raken. Zoals de verschillende hervormingen van justitie waarbij de toegang tot rechtsbijstand moeilijk gemaakt wordt en kwetsbare mensen extra hard worden geraakt. Zo ook de besparingen in het federale ambtenarenapparaat: de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap daalt verder naar 1,32% zodat de 3%-doelstelling verder afligt dan ooit.

De overheid straft ook nog steeds de personen met een handicap die gaan samenwonen of huwen met een partner die net genoeg verdient. Dan verminderen of verdwijnen zelfs de inkomensvervangende en de integratietegemoetkoming. En waar blijft het opwaarderen van deze tegemoetkomingen? Ze zijn voor kwetsbare mensen belangrijke instrumenten om de levensstandaard op te krikken en ze kunnen hen een vorm van sociale bescherming bieden. Ze vangen ook de extra kosten op die een handicap met zich meebrengt, zoals speciaal vervoer, aanpassingen aan de woning en medische kosten, en die verminderen niet wanneer men huwt.

In 2012 vroeg Unia met klem om het ingewikkelde en weinig transparante stelsel van tegemoetkomingen te verbeteren. De aangekondigde verbeteringen blijven vooralsnog een dode letter. Unia dringt er dan ook op aan om hier werk van te maken in 2017.

Maar er loopt nog meer spaak. Waar het leefloon buiten index verhoogd werd als sociale correctie op de taxshift gebeurde dat niet voor de inkomensvervangende uitkering. Die is nu lager dan het leefloon en de bedragen zijn ook niet langer impliciet gekoppeld terwijl dat wel zo was sinds 1987. De begrotingen van 2016 noch die van 2017 voorzien geen oplossing. Als alternatief wordt genoemd: de welvaartsenveloppe, een budget dat de sociale partners krijgen om de laagste uitkeringen te verhogen.

De regering legt de bal ook bij de OCMW’s. Maar daar zal de deur dicht blijven omdat zij kijken naar het totale inkomen van mensen met een handicap: de inkomensvervangende tegemoetkoming plus de integratietegemoetkoming. Iets wat trouwens niet kan omdat deze laatste uitkering moet worden gebruikt om extra kosten te compenseren, zoals thuisverpleging, huishouduitgaven, enzovoort. Geld dat, met andere woorden, gebruikt wordt om zelfstandig te leven en niet zomaar een extra inkomen is.

Dat deze fout niet werd rechtgezet, is onbegrijpelijk en discriminatoir. Deze uitkeringen moeten mensen die het moeilijk hebben in staat stellen een menswaardig leven te leiden. Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap dat ook ons land ratificeerde, houdt nochtans het recht op een behoorlijke levensstandaard in. Artikel 28 bepaalt dat overheden doeltreffende maatregelen moeten nemen om de bescherming en de uitoefening van dit recht te bevorderen, zonder discriminatie op grond van handicap. En ook Artikel 4 van hetzelfde verdrag stelt duidelijk de verplichtingen van de staat op scherp: de overheid moet zorgen voor een volledige realisatie van alle mensenrechten zonder enige vorm van discriminatie op grond van handicap.

Niet voor niets vraagt de Commissie die het VN-Verdrag voor de rechten van mensen met een handicap moet uitvoeren en monitoren al jaren om een gecoördineerd Handicap-actieplan. Resultaat? Er vinden zelfs geen interministeriële conferenties plaats rond het thema, hoewel nuttig én nodig in onze federale staat met versnipperde bevoegdheden.

Mevrouw de staatssecretaris, ik weet dat u het ook onaanvaardbaar vindt dat personen met een handicap in armoede leven. Laat 2017 het jaar zijn dat u personen met een handicap uit de armoedecijfers haalde en een spoor vond naar inclusie.

Wij rekenen op u om het voortouw te nemen en deze regeringskoers van uitsluiting te veranderen.

Met welgemeende groet,

Els Keytsman

Co-directeur Unia, het interfederaal gelijkekansencentrum

Downloads