Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap

Hoewel mensen met een handicap ongeveer 15% van de wereldbevolking uitmaken, stoten ze ook vandaag nog op heel wat hindernissen die hun actieve en daadwerkelijke participatie aan het politieke, economische, sociale en culturele leven in de weg staan. Om aan die situatie een einde te maken, keurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 13 december 2006 unaniem het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap goed.

De inhoud van het Verdrag

Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap

Het Verdrag, dat met de massale steun van organisaties van personen met een handicap werd goedgekeurd, huldigt twee belangrijke principes:

  • Het definieert een handicap als het resultaat van een wisselwerking tussen een persoon met een beperking en de obstakels waarmee een niet-inclusieve samenleving hem of haar confronteert.
  • Het luidt een echte mentaliteitsverandering in: een mens met een handicap is niet langer iemand zonder stem of mening die afhankelijk is van hulp of liefdadigheid, maar een persoon met rechten, net als alle andere burgers.

Het Verdrag stelt dat alle personen met een handicap moeten kunnen genieten van alle mensenrechten, zoals het recht op gelijkheid en non-discriminatie, het recht op toegankelijkheid, het recht op gelijkheid voor de wet, het recht op vrijheid en veiligheid van de persoon, het recht op zelfstandig wonen en deel uitmaken van de maatschappij, het recht op onderwijs, het recht op werk, enzovoort.

Soms kan een persoon met een handicap door bepaalde hindernissen zijn of haar mensenrechten niet op gelijke voet met anderen uitoefenen. Dan heeft hij of zij recht op redelijke aanpassingen om die hindernissen weg te nemen.

Het Verdrag hecht veel belang aan de beleidsparticipatie van personen met een handicap. Overheden moeten ervoor zorgen dat beslissingen die een impact hebben op personen met een handicap steeds worden genomen in nauw overleg met personen met een handicap (via de organisaties die hen vertegenwoordigen).

Het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap controleert of het Verdrag wordt nageleefd door de landen die partij zijn bij het Verdrag. Het VN-Comité verduidelijkt ook de inhoud van de rechten uit het Verdrag in belangrijke General Comments.

Het Facultatief Protocol bij het Verdrag geeft het VN-Comité de bevoegdheid om klachten te onderzoeken van personen die beweren het slachtoffer te zijn van een schending van het Verdrag door een land. Het geeft het VN-Comité ook de bevoegdheid om zelf een onderzoek in te stellen wanneer betrouwbare informatie erop wijst dat een land het Verdrag ernstig of systematisch schendt. Het VN-Comité heeft die bevoegdheden alleen ten opzichte van landen die partij zijn bij het Facultatief Protocol, zoals bijvoorbeeld België.

Het Verdrag in ons land

Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap

België ondertekende het Verdrag en het Facultatief Protocol bij het Verdrag op 30 maart 2007 en ratificeerde ze op 2 juli 2009. Op 1 augustus 2009 traden het Verdrag en het Facultatief Protocol in werking.

Het VN-Comité controleert of België de verplichtingen nakomt die voortvloeien uit het Verdrag. De eerste keer gebeurde dat twee jaar na de ratificatie van het Verdrag. De volgende evaluaties zullen om de vier jaar gebeuren.

Unia als onafhankelijke instantie

Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap

De landen die partij zijn bij het Verdrag moeten onafhankelijke instanties oprichten om de uitvoering van het Verdrag te bevorderen, te beschermen en op te volgen. Die instanties moeten verzekeren dat er gewerkt wordt aan een samenleving waarin mensen met een handicap hun rechten ten volle kunnen laten gelden.

De onafhankelijke instanties moeten hun taken uitvoeren in nauw overleg met de sector van personen met een handicap. Ze moeten ook voldoen aan de Principes van Parijs, die de werking van de nationale mensenrechteninstellingen regelen en die hun onafhankelijkheid en pluralisme garanderen.

Op 12 juli 2011 hebben de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten van ons land samen beslist om het mandaat tot oprichting en uitbouw van de onafhankelijke instantie toe te vertrouwen aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, dat vandaag Unia heet.

Onze opdrachten

Unia moet de uitvoering van het Verdrag bevorderen, beschermen en opvolgen.

  • Bevorderen: personen met een handicap en alle betrokken organisaties en verenigingen informeren over en bewust maken van het bestaan van het Verdrag, van zijn opzet en van de rechten die het garandeert.
  • Beschermen: onafhankelijk juridisch advies verstrekken en begeleiding bieden aan mensen die vinden dat hun rechten geschonden zijn.
  • Opvolgen: nagaan of de wetgeving, het beleid en de praktijken in ons land stroken met het Verdrag, en aanbevelingen doen aan de overheden.

In de praktijk

Om zijn opdracht te vervullen, heeft Unia een speciale dienst Handicap en een begeleidingscommissie opgericht.

De dienst Handicap voert de opdrachten van het Verdrag uit; hij krijgt daarbij de steun van andere diensten van Unia.

De begeleidingscommissie verzekert de vertegenwoordiging en de participatie van het maatschappelijk middenveld. Ze telt 23 leden (11 Nederlandstalige leden, 11 Franstalige leden en 1 Duitstalig lid). De leden vertegenwoordigen verenigingen van personen met een handicap, de academische wereld en de sociale partners:

  • 10 leden worden aangeduid door adviesraden, koepelorganisaties en verenigingen van personen met een handicap.
  • 3 leden worden aangeduid door de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad en 3 leden door de ‘Académie de Recherche et d’Enseignement supérieur’.
  • 4 leden worden aangeduid door de Nationale Arbeidsraad, 1 lid door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, 1 lid door de ‘Conseil économique et social de Wallonie’ en 1 lid door de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De begeleidingscommissie keurt het strategisch driejarenplan en de jaaractieplannen van Unia goed en steunt de werking van de dienst.

Rechtspraak

Het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Personen met een Handicap

De rechtspraak van internationale en nationale rechterlijke instanties verduidelijkt de inhoud van het Verdrag en geeft de bepalingen ervan verder vorm. Daarom volgt Unia de relevante rechtspraak nauwgezet op.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het VN-Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap zijn enkele internationale instanties die uitspraken hebben gedaan die relevant zijn om het Verdrag beter te begrijpen.

In een geannoteerde versie van het Verdrag groepeert Unia de relevante rechtspraak per artikel van het Verdrag. Het document wordt geregeld bijgewerkt, zodat het de meest recente rechtspraak weergeeft.

Blijf op de hoogte

Wil je de activiteiten van Unia volgen? Dat kan op verschillende manieren:

Volg ons op Facebook en Twitter