Correctionele rechtbank Leuven, 23 januari 2007
5 jongeren, waaronder 3 minderjarigen, hadden voorafgaandelijk een beslissing genomen om "zwarten, untermenschen" op te zoeken in Tienen en om deze eens goed onder handen te nemen.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Het slachtoffer, een 18 jarige erkende Slowaakse vluchteling, kreeg naast slagen en verwondingen 4 messteken in de buikregio en werd hierbij potentieel levensbedreigend gewond.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:
- Opzettelijke slagen en verwondingen met een ongeneeslijk lijkende ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan 4 maanden ten gevolge (artikel 400 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
Beslissing
“Het getuigt van een laag moreel besef om met een groep een niets vermoedende persoon te overvallen en zwaar toe te takelen door hem te slaan en te stampen nadat hij al weerloos op de grond ligt. De aard van het gepleegde feit en het motief, namelijk blind racisme, verantwoorden daarom een strenge straf als signaal naar de samenleving en in het bijzonder naar anderen die een gelijkaardig ideeëngoed aanhangen, en die niet terugschrikken voor fysiek geweld."
Aandachtspunt
Het hof van beroep van Brussel heeft in zijn arrest van 8 mei 2007 zwaardere straffen uitgesproken: de 2 meerderjarigen werden veroordeeld tot 5 (i.p.v. 3 jaar) gevangenisstraf waarvan de helft met uitstel en mits het naleven van een aantal voorwaarden, waaronder het verbod om deel te nemen aan activiteiten van extreem rechts, zoals bijeenkomsten van Bloed, Bodem Eer § Trouw, Blood § Honour en het verbod op wapenbezit.