Hof van beroep Antwerpen, 25 april 2000
De correctionele rechtbank had de zaakvoerder, een medevennoot en de portier van een dancing veroordeeld wegens het weigeren van personen met migratieroots. Het hof van beroep bevestigde dit vonnis.
[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 26 juni 1998]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Hoewel de correctionele rechtbank begrip kon opbrengen voor de bezorgdheid van de dancinguitbaters om te waken over de veiligheid van hun klanten, was ze toch van oordeel dat men zich hier niet achter kan verschuilen om bepaalde mensen te weigeren die blijkbaar helemaal niet buiten het concept van de zaak vallen. Daarenboven bleek het concept van de zaak te zijn dat er in principe geen mensen met migratieroots worden toegelaten.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:
- Rassendiscriminatie bedrijven bij het leveren of het aanbieden van levering van een goed of dienst (artikel 2 antiracismewet 1981 – thans artikel 254 Strafwetboek).
Beslissing
Het hof van beroep bevestigde dit vonnis vanuit de overweging dat voor de strafbaarheid geen rabiate hetzij constante feiten vereist zijn doch ook een occasionele daad van racisme een misdrijf oplevert. De medevennoot werd vrijgesproken omdat hij niet aanwezig was toen de feiten gepleegd werden.
Unia was betrokken partij.