Ga verder naar de inhoud

Opinie: politieke toespraken, vrijheid van meningsuiting en verantwoordelijkheid

10/08/2026
  • Nieuws

Vrijheid van meningsuiting is essentieel voor de democratie. Maar het brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Politieke uitingen kunnen de publieke opinie beïnvloeden en haat, polarisatie of uitsluiting aanwakkeren.

Waar liggen de grenzen? En wat kunnen politici, partijen en het publiek doen? We gaan er dieper op in.

Vrijheid van meningsuiting en politieke verantwoordelijkheid

In een democratie is de vrijheid van meningsuiting een essentiële pijler. Dit geldt des te meer wanneer het gaat om politieke uitingen die het publieke debat voeden en die burgers de mogelijkheid geven maatschappelijke ontwikkelingen te begrijpen, te steunen of te bekritiseren. De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) erkent dit belang uitdrukkelijk en biedt politieke vertegenwoordigers een versterkte bescherming van hun vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder in verkiezingstijd.

Volgens het EHRM vormt politieke uitspraken een "kernelement" van de vrijheid van meningsuiting en moet die dus ruim worden opgevat. Ook uitspraken die kwetsen of choqueren, moeten in het democratisch debat kunnen. Dat volgt onder meer uit de arresten Verenigde Communistische Partij van Turkije e.a./Turkije (1998), Mathieu-Mohin en Clerfayt/België (1987) en Bowman/Verenigd Koninkrijk (1998).

Invloed van politieke uitspraken

Deze grotere rechtsbescherming gaat gepaard met een bijzondere verantwoordelijkheid (1). Politieke uitspraken hebben een aanzienlijke maatschappelijke impact: ze geven vorm aan de publieke opinie, beïnvloeden het gedrag en kunnen, zowel positief als negatief, bijdragen aan de sociale cohesie.

  • (1) In zijn arrest SANCHEZ tegen FRANKRIJK van 15 mei 2023 verklaart het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het volgende (§150): "Een politicus heeft echter ook plichten en verantwoordelijkheden. Het Hof heeft dan ook geoordeeld dat het van cruciaal belang is dat politieke leiders in hun openbare toespraken vermijden om uitlatingen te doen die intolerantie kunnen aanwakkeren (Erbakan tegen Turkije, nr. 59405/00, § 64, 6 juli 2006) en dat zij bijzondere aandacht moeten besteden aan de verdediging van de democratie en haar beginselen, aangezien hun uiteindelijke doel het veroveren van de macht zelf is (Féret, eerder aangehaald, § 75). Met name het aanzetten tot uitsluiting van buitenlanders vormt een fundamentele inbreuk op de rechten van personen en zou daarom aanleiding moeten geven tot bijzondere voorzorgsmaatregelen van iedereen, met inbegrip van politici (ibidem). Uitspraken die een gevoel van afwijzing en vijandigheid jegens een gemeenschap kunnen opwekken, vallen immers buiten de bescherming die artikel 10 biedt (Le Pen t. Frankrijk (besl.), nr. 45416/16, § 34 e.v., 28 februari 2017)." Zie ook Resolutie 2275 (2019) van de Raad van Europa: Rol en verantwoordelijkheden van politieke leiders in de strijd tegen haatzaaiende uitlatingen en intolerantie (enkel FR).  

Het verspreiden van stigmatiserende boodschappen kan, zelfs wanneer deze binnen de grenzen van de wet blijven, aanzienlijke gevolgen hebben op sociale media. Algoritmen hebben namelijk de neiging om inhoud te bevoordelen die sterke emotionele reacties of controverse oproept, waardoor de zichtbaarheid ervan toeneemt. Politici die hun toevlucht nemen tot dit soort communicatie - of die toestaan dat er onder hun berichten problematische reacties geplaatst worden zonder deze te modereren - profiteren zo van een grotere zichtbaarheid. Dit mechanisme kan confrontaties in de hand werken en de kwaliteit van het publieke debat aantasten.

Deze analyse sluit aan bij de conclusies van een onderzoek dat in opdracht van Unia werd uitgevoerd, waaruit blijkt dat dit soort discours bijdraagt aan het creëren van een omgeving die gunstig is voor de verspreiding van haatdragende inhoud online en voor het vergroten van de verdeeldheid binnen de samenleving.

Meer in het algemeen, zoals de ECRI (Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie) benadrukt, kan het uitblijven van een reactie op haatzaaiende uitlatingen "leiden tot gewelddadige acties en conflicten op grotere schaal" (2).

Polarisatie en politieke strategie

Sommige politici zetten bewust in op polarisatie en proberen identitaire verdeeldheid aan te wakkeren om hun kiezersbasis te mobiliseren. Deze strategie is om verschillende redenen gevaarlijk:

  • Ze normaliseert discriminerende uitspraken die voorheen gemarginaliseerd waren.
  • Ze ondermijnt de sociale cohesie en het samenleven.
  • Ze draagt bij aan een vijandige sfeer die zich soms tegen de politieke actoren zelf keert.

Betrokkenheid van de politieke partijen

In de Franstalige politieke wereld van België hebben de democratische partijen duidelijke toezeggingen gedaan om het democratische debat te beschermen. Op 8 mei 2022 hebben 5 Franstalige partijen (PS, MR, Ecolo, Les Engagés, Défi) het Handvest voor de Democratie (enkel FR) hernieuwd en daarmee het cordon sanitaire tegen extremistische groeperingen opnieuw bevestigd. Dit Handvest heeft tot doel te voorkomen dat ideologieën die de fundamentele waarden van de democratie bedreigen, als normaal worden beschouwd.

De ondertekenaars verbinden zich er met name toe om:

  • geen allianties aan te gaan met partijen die vrijheden willen beperken
  • geen retoriek te hanteren die angsten kunstmatig aanwakkert
  • geen zichtbaarheid te geven aan discriminerende, racistische of nationalistische boodschappen, ook niet op sociale media

Deze verbintenis toont aan dat Franstalige politici hun rol erkennen in het voorkomen van haat en het behoud van een gezonde politieke ruimte.

Dit is een goede praktijk, die aansluit bij de geest van het herziene Handvest van de Europese politieke partijen voor een niet-racistische en inclusieve samenleving (enkel EN), dat op 13 december 2022 door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa is aangenomen.

Ook politici zijn het doelwit

Bijzonder zorgwekkend is dat het online geweld tegen vrouwen in de politiek een alarmerende toename vertoont. Zij worden vaker het doelwit dan hun mannelijke collega’s en krijgen te maken met seksistische beledigingen, aanvallen op hun uiterlijk, expliciete dreigementen met geweld of beschuldigingen met betrekking tot hun rol als moeder (3). Sommigen trekken zich uiteindelijk zelfs terug uit het openbare leven omdat de digitale druk ondraaglijk is geworden.

Uit een onderzoek van Furia vzw blijkt dat vrouwen van kleur, lesbische en biseksuele vrouwen, transgenders en vrouwen die zich uitspreken over seksueel geweld het meest het doelwit zijn van online haatzaaiende uitlatingen. Meer dan 35% van de reacties gericht tegen vrouwen van kleur bevat expliciet racistische elementen, en deze aanvallen gaan zeer vaak gepaard met seksisme, waardoor een bijzonder destructieve vorm van intersectionaal geweld ontstaat. Onderzoek van KifKif, Sankaa en Hand in Hand naar online haat bij vrouwen en non-binaire personen met migratieachtergrond bracht in kaart hoe groot de psychologische en fysieke schade van haatboodschappen en hoe slachtoffers zich daardoor terugtrekken uit het publieke debat.

Deze verschillende analyses tonen aan dat online haat rechtstreeks degenen treft die deelnemen aan het democratische debat, maar dat het onevenredig zwaar vrouwen treft - en nog meer vrouwen van kleur, lesbische, biseksuele of transgender vrouwen. Deze situatie onderstreept de dringende noodzaak aan verandering in de politieke cultuur, waarin de bestrijding van digitaal geweld, het aanspreken van publieke actoren op hun verantwoordelijkheid en de effectieve bescherming van gemarginaliseerde stemmen democratische prioriteiten worden.

Waarom reageert Unia niet op elk incident?

Unia constateert al enkele jaren een verontrustende toename van stigmatiserende uitlatingen in de publieke ruimte, ook onder bepaalde politici. Hoewel het verleidelijk kan zijn om op elk problematisch geval publiekelijk te reageren, blijkt deze strategie contraproductief te zijn:

  • Elke reactie draagt ertoe bij dat de zichtbaarheid van de oorspronkelijke boodschap toeneemt, vanwege de algoritmische mechanismen van de platformen.
  • Het voedt kunstmatige polemieken, waar vaak naar wordt gestreefd door degenen die inzetten op een provocatiestrategie.
  • Het versterkt de polarisatie van het publieke debat, zonder dat discriminerende ideeën daadwerkelijk worden teruggedrongen.

Daarom kiest Unia er vandaag voor om niet langer systematisch in het openbaar op deze uitlatingen te reageren. Deze aanpak is erop gericht de "buzz"-dynamiek de kop in te drukken en de voorkeur te geven aan gerichte, educatieve en structurele interventies. Unia hanteert deze strategie in overeenstemming met de bevindingen van het onderzoek dat de UCLouvain voor Unia heeft uitgevoerd. Daaruit blijkt dat stigmatiserende boodschappen van politieke figuren een klimaat scheppen dat de verdere verspreiding van haatzaaiende uitlatingen bevordert, en dat de overname ervan door de media bijdraagt aan de normalisering ervan.

Artikel 150 van de Grondwet aanpassen

Het is ook van essentieel belang eraan te herinneren dat er momenteel specifieke juridische belemmeringen zijn die de vervolging van haatzaaiende uitlatingen in verband met seksuele oriëntatie, religieuze overtuigingen, seksisme of genderidentiteit bemoeilijken (deze laatste 2 criteria vallen onder de bevoegdheid van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, dat ook individuele meldingen ontvangt). Zoals uit de opinie van Unia, het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en diverse andere organisaties blijkt, schrijft artikel 150 van de Belgische grondwet voor dat niet-racistische persdelicten door het assisenhof moeten worden berecht - een omslachtige procedure die in de praktijk leidt tot vrijwel volledige straffeloosheid voor dergelijke uitingen.

Het is dan ook aan de politiek om dit artikel te hervormen om een doeltreffende en coherente bescherming te waarborgen tegen alle vormen van haatzaaiende uitlatingen, en niet alleen tegen die welke gebaseerd zijn op racisme of Holocaustontkenning.

Wat kan je doen tegen haatzaaiende uitlatingen op internet?

De eerste maatregel is om niet rechtstreeks op de inhoud te reageren (geen reacties, geen shares), want elke interactie vergroot automatisch de zichtbaarheid ervan via de algoritmen. Het is beter om het bericht te melden via de daarvoor bestemde functies op de digitale platformen en de auteur indien nodig te blokkeren, om blootstelling aan schadelijke inhoud te beperken.

Wanneer de uitlatingen betrekking hebben op een beschermd kenmerk, kunnen burgers de inhoud melden bij Unia, zodat wij de situatie kunnen analyseren en kunnen vaststellen of er sprake is van uitlatingen die aanzetten tot haat, geweld of discriminatie, wat dan een strafbaar feit vormt. Als de berichten bedreigingen, ernstige vormen van intimidatie of gerichte aanvallen bevatten, is het belangrijk om te weten dat het mogelijk is aangifte te doen bij de politie, ongeacht of de dader een publieke figuur is of niet.

Politieke partijen beschikken soms ook over interne procedures waarmee zij vertegenwoordigers die haatzaaiende uitlatingen doen, kunnen uitsluiten of sanctioneren. Burgers kunnen dus hun verkozenen en politieke partijen aanspreken.

In dit verband is er in Wallonië en Brussel "Handvest voor een vernieuwde democratie“, ondertekend door alle Franstalige democratische partijen, waarmee politieke vertegenwoordigers zich ertoe verbinden angsten niet kunstmatig aan te wakkeren, geen discriminerende uitlatingen te verspreiden of te bevorderen, en de politieke en media-cordon sanitaire te respecteren. Een oproep tot naleving van het Handvest vormt een belangrijk democratisch instrument om verantwoordelijk gedrag in de publieke ruimte aan te moedigen wanneer politieke figuren deze verbintenissen niet nakomen, door hen (openbaar of rechtstreeks) te herinneren aan de verplichtingen die zij vrijwillig zijn aangegaan.

Ten slotte kan iedereen ook bijdragen aan een gezonder digitaal klimaat door degenen die het doelwit zijn te steunen (bijvoorbeeld door middel van solidariteitsberichten of respectvolle tegenargumenten), zonder mee te gaan in het spel van provocatie of polarisatie. Op zich lijken deze gebaren soms bescheiden; gezamenlijk dragen ze er echter toe bij dat haatzaaiende uitlatingen minder zichtbaar worden, dat democratische normen worden versterkt en dat er aan wordt herinnerd dat het openbaar woord - vooral wanneer het afkomstig is van politieke leiders - op verantwoorde wijze moet worden gevoerd.

Nieuwsbrief