Unia en slachtoffer krijgen gelijk in zaak gewelddadige racistische aanval
- Persbericht
- Raciale kenmerken
Een huishoudhulp werd 3 jaar geleden het slachtoffer van een racistisch haatmisdrijf. Na een lange lijdensweg is er eindelijk een uitspraak. De correctionele rechtbank van Antwerpen, afdeling Mechelen, veroordeelde de dader tot 1 jaar effectieve celstraf, een geldboete en een schadevergoeding aan het slachtoffer. Unia was burgerlijke partij in deze zaak. De veroordeelde gaat in beroep.
Download
Vragen of op zoek naar meer achtergrond?
Carole Poncin
Persattaché
Feiten
In juli 2023 bood een 59-jarige zwarte huishoudhulp van een dienstenchequebedrijf zich aan bij nieuwe klanten. Zoals gebruikelijk, ging zij vooraf langs om de nieuwe werkplek te bezoeken.
Bij aankomst botste ze op de inwonende mantelzorger van de klant, die aan het werk was in de tuin. Ze kreeg zware racistische beledigingen naar het hoofd geslingerd. De man verhinderde haar ook de toegang tot het terrein en voegde eraan toe dat ze “terug naar haar land moest”.
Toen de huishoudhulp toch probeerde aan te bellen, escaleerde de situatie. De mantelzorger sloeg haar 3 keer met een riek op de schouder en zette de achtervolging in. Daarbij bedreigde hij haar met de dood als zij nog een voet op zijn erf zou zetten. De huishoudhulp kon ontkomen en verstopte zich verderop. In shock belde ze naar haar werkgever en naar een vriend die haar kwam ophalen.
Ze liep lichamelijke verwondingen op en was enkele dagen arbeidsongeschikt. Ze kampt nog steeds met zware psychologische gevolgen, zoals angst, stress en nachtmerries.
Ze diende een klacht in bij de politie en deed een melding bij Unia.
Tijdens het verhoor bij de politie verklaarde de dader dat hij had gevraagd om “iemand van bij ons” te sturen, een wit persoon dus. De verantwoordelijke van het dienstenchequebedrijf vertelde dat de mantelzorger kort na de feiten was langsgekomen om te klagen over het feit dat zijn selectiecriteria niet in acht genomen waren en dat “er geen zwarte mensen gestuurd moesten worden, dat hij ze zou afmaken, dat ze hier niets te zoeken hadden”.
Vonnis
Op 13 februari 2026 werd het vonnis uitgesproken. De dader is veroordeeld voor opzettelijke slagen en verwondingen met een racistisch motief, opzettelijk geweld op het werk, maar ook voor het opdracht geven tot discriminatie (Opzettelijke slagen en verwondingen met een racistisch motief (art. 405quater Strafwetboek), opzettelijk geweld op het werk (art. 119 Sociaal Strafwetboek + art. 32bis Welzijnswet), het opdracht geven tot discriminatie (art. 25 Antiracismewet, vanaf april art. 255 nieuw Strafwetboek). Bovenop een effectieve celstraf van een jaar, moet hij een geldboete van 2400 euro betalen en een schadevergoeding aan het slachtoffer van 4372 euro.
De rechter stelde daarbij dat “Toegang tot arbeid dient te worden beoordeeld op basis van competenties en menswaardigheid, niet op grond van vooroordelen en stereotypering.”
Hoewel het dienstenchequebedrijf geen partij was in de zaak, onderstreept het vonnis toch de verantwoordelijkheid om het welzijn van het personeel te garanderen, risico’s te evalueren en de gepaste maatregelen te treffen wanneer een klant signalen van intolerantie vertoont.
Het vonnis was in eerste aanleg en de veroordeelde gaat in beroep tegen deze beslissing.
Het is de eerste keer dat een klant van een dienstenchequebedrijf veroordeeld werd voor het opdracht geven tot raciale discriminatie.
Gekend en terugkerend probleem
Dit incident kadert in een structureel en terugkerend probleem. Nog geen jaar geleden maakte de VRT een aflevering van Factcheckers waaruit bleek dat 60% van de dienstenchequebedrijven nog steeds ingaat op de vraag om te discrimineren. En dit ondanks alle sensibilisering, vorming en initiatieven vanuit de regionale overheden en sociale partners. Ook Unia reageerde toen.
Als klant vasthouden aan een discriminerende vraag of hierop als dienstenchequeonderneming ingaan, is een inbreuk op de federale antidiscriminatiewetten en is strafbaar. Sensibiliseren is goed maar onvoldoende, er is ook een duidelijk kader voor handhaving met praktijktesten en sancties nodig. Niet ingrijpen maakt de al kwetsbare positie van huishoudhulpen nog onzekerder en verhoogt het risico op nieuwe incidenten waarbij zij fysiek gevaar lopen tijdens hun werk.
- Raciale kenmerken