Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 17 november 2025
Tijdens een politie-interventie wordt een man, die lijdt aan schizofrenie en psychoses, doodgeschoten. 4 politie-inspecteurs die bij het incident betrokken waren, worden vrijgesproken. Ze kunnen volgens de correctionele rechtbank niet verantwoordelijk worden gesteld voor het overlijden van het slachtoffer. Er was volgens de correctionele rechtbank sprake van een uitermate tragische samenloop van omstandigheden die niemand heeft gewild.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
In juli 2019 begaven enkele politie-inspecteurs zich naar het appartement van het slachtoffer. Dat gebeurde naar aanleiding van een oproep van de moeder van het slachtoffer.
In het appartement woonde een man die kampte met schizofrenie en psychoses. De moeder maakt zich ongerust omdat ze al een tijdje niets meer van hem had gehoord en ze had de politie gevraagd om te gaan kijken.
Omdat de man de deur niet opendeed, werd aan de conciërge gevraagd om de deur te openen. De conciërge werd bij het openen van de deur neergestoken door de man en liep daarbij ernstige verwondingen op. Hierna vuurden 2 politie-inspecteurs schoten af vanuit de gang die het slachtoffer niet raakten. Toen vervolgens 3 politie-inspecteurs het appartement betraden, volgde een tweede aanvalsdaad door het slachtoffer. Daarop schoten 2 politie-inspecteurs in totaal 6 keer. Allebei raakten ze het slachtoffer en één van hen loste een dodelijk schot.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:
- Opzettelijke slagen en verwondingen zonder het oogmerk om te doden, met de dood tot gevolg (artikel 401 oud Strafwetboek).
Beslissing
Toegang tot het appartement
De correctionele rechtbank is van oordeel dat de politie-inspecteurs rechtmatig en wettig beslisten om zich toegang te verschaffen tot het appartement.
Eerste aanvalsdaad
De 2 politie-inspecteurs die schoten vanuit de gang werden vrijgesproken. De schoten waren een noodzakelijk verweer op de gevaarlijke en potentieel dodelijke aanvalsdaad ten aanzien van de conciërge en de politie-inspecteurs zelf. Er was in die context geen andere, redelijke keuze mogelijk volgens de correctionele rechtbank. Geen van de 2 schoten raakte het slachtoffer.
Er was bijgevolg geen sprake van een misdrijf.
Tweede aanvalsdaad
De 2 politie-inspecteurs die schoten terwijl ze het appartement betraden, raakten het slachtoffer wel. Ze schoten volgens de correctionele rechtbank omdat het slachtoffer hen in een aanvallende en dreigende positie benaderde met een mes. Het gebruik van een vuurwapen kaderde in de aangeleerde politietechnieken over het omgaan met iemand die aanvalt met een mes.
Volgens de correctionele rechtbank hebben de 2 politie-inspecteurs gewettigd en toelaatbaar gebruik gemaakt van hun vuurwapen, want ze wilden de tweede aanval van het slachtoffer afweren en hem ontwapenen om het concreet gevaar voor hun eigen leven af te wenden.
Er was bijgevolg sprake van wettige verdediging.
Burgerlijke partijen
Gezien de vrijspraak van beklaagden werden de vorderingen van de burgerlijke partijen afgewezen als ongegrond. Onder meer de Liga voor Mensenrechten stelde zich burgerlijke partij in deze zaak.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Corr. Antwerpen, afd. Antwerpen, 17/11/2025 - Rolnummer 22A000328