Waarom eerlijk en genuanceerd onderwijs over onze koloniale geschiedenis cruciaal is
- Nieuws
- Raciale kenmerken
Welke geschiedenis geven we door aan jongeren? En welk beeld van het verleden creëren we daarmee? Welke rol spelen publieke instellingen in het verspreiden van dat beeld? En hoe vermijden we dat stereotypen en discriminatie onbewust worden versterkt? De discussie over de eindtoetsen in het Franstalig middelbaar onderwijs dwingt ons om opnieuw stil te staan bij deze belangrijke vragen.
In juni legden ongeveer 50.000 zesdejaars uit het Franstalig middelbaar onderwijs algemene eindtoetsen af. In een opdracht over geschiedenis werd Leopold II beschreven als een ‘ondernemende vorst en een scherpzinnig strateeg’. Ook werd het verwerven van kolonies beschreven als een ‘zeer oude veroveringsdrang’. Volgens de tekst namen de ‘sterkste en meest ontwikkelde landen’ gebieden in van volkeren die werden beschouwd als ‘inferieur’, ‘minder georganiseerd’ en ‘niet in staat om zichzelf te verdedigen’.
Een dergelijke tekst zonder context of duiding opnemen in een examen is problematisch. En wel om deze redenen.
De inhoud is problematisch, niet de opdracht
De omstreden formulering maakte deel uit van een oefening in kritisch denken. Leerlingen kregen een tekst over de onafhankelijke Congostaat en moesten bepalen of die al dan niet relevant is voor een zoekopdracht over de kolonisatie van Amerika. Doel: kritisch beoordelen of informatiebronnen passen bij een bepaalde vraag.
Die opdracht is volledig legitiem. We plaatsen dus geen vraagtekens bij de geëvalueerde competenties of het gekozen thema, maar wel bij de gegeven inhoud.
Stereotiepe formulering als informatiebron
Historische documenten kunnen racistische, seksistische of andere discriminerende ideeën bevatten. Ze kunnen zelfs worden gebruikt om vooroordelen en denkbeelden kritisch te analyseren. Alleen vereist dat een duidelijke uitleg over de historische context waarbinnen dergelijke documenten tot stand komen en met welk doel ze worden gebruikt.
In deze eindtoets werd een stereotiepe formulering over de Belgische kolonisatie gebruikt als informatiebron, in een oefening met vooral geografische en chronologische vragen.
Leerlingen moesten enkel aangeven of een document over Afrika of Amerika ging, en werden niet gestimuleerd om kritisch na te denken over hoe gekoloniseerde bevolkingen of Leopold II worden voorgesteld.
Bepaalde uitspraken kunnen daardoor worden gezien als feitelijk juist of algemeen aanvaard, terwijl ze net deel uitmaken van erg delicate historische denkbeelden.
Belang van eerlijke duiding
Geschiedenis draagt niet enkel bij tot kennis, maar ook tot de blik die jongeren op zichzelf en op anderen werpen. Voor leerlingen van wie de familiegeschiedenis verbonden is met de koloniale periode, raken dergelijke verhalen aan sociale, collectieve en familiale herinneringen. Maar ook aan nog niet verwerkte trauma’s in de hedendaagse Belgische maatschappij. Alleen al uit respect voor hen is het belangrijk om racisme en de gevolgen van kolonisatie op een rustige, zorgvuldige en grondige manier te bespreken.
Een volwassen democratie moet haar geschiedenis eerlijk en genuanceerd kunnen onderwijzen, zelfs wanneer die complex of moeilijk is. Wetenschappers zijn het in grote lijnen eens over het geweld, de ongelijke machtsverhoudingen en de raciale dynamieken die gepaard gingen met de economische expansie en de Belgische kolonisatie. Dat benoemen is nodig voor een correcte weergave van de geschiedenis.
Alarmsignaal tot collectieve waakzaamheid
Al meer dan een decennium proberen academici, het onderwijs, culturele instellingen en het middenveld, samen met betrokken personen, het begrip van de koloniale geschiedenis en de hedendaagse gevolgen, te verbeteren.
Al dat werk leidde tot de ontwikkeling van pedagogisch materiaal, de verrijking van het schoolcurriculum in het Franstalige onderwijs én een beter begrip van de impact van kolonisatie op de maatschappelijke beeldvorming en de ongelijkheid.
We moeten nagaan hoe het komt dat een dergelijke stereotiepe tekst onderwerp kon worden van een officiële examenopdracht voor leerlingen van 11 of 12 jaar. Tegelijk is het een alarmsignaal voor meer collectieve waakzaamheid.
Incident als kans
Unia nam alvast contact op met de Algemene Directie van het verplichte Onderwijs. We vragen om de feiten te verhelderen en om maatregelen te treffen zodat dergelijke situaties zich in de toekomst nooit meer voordoen.
Unia vraagt om deze opdracht uit de toets te schrappen. Omdat ze nog steeds op de website van de Franse Gemeenschap staat, kan ze ook in de toekomst als oefening worden gebruikt.
Ook pleiten we voor een evaluatie van de manier waarop bronnen voor externe toetsen worden geselecteerd en goedgekeurd.
Daarnaast moedigen we de verderzetting van een structurele dialoog aan tussen onderwijsactoren, experts in koloniale geschiedenis en organisaties die werken rond dekolonisatie. Samen kunnen zij bepalen welke acties nodig zijn binnen het bestuur en de onderwijssector.
Een nieuw antiracismeplan
Scholen hebben de belangrijke opdracht om jongeren te vormen tot burgers die de complexiteit van de wereld begrijpen, die discriminatie herkennen en bijdragen aan een samenleving gebaseerd op gelijkheid, menselijke waardigheid en wederzijds respect.
In 2026 loopt het huidige antiracismeplan van de Franse Gemeenschap af. In een nieuw plan moeten overheden duidelijke en ambitieuze maatregelen nemen voor de opleiding van toekomstige professionals. Aandacht voor de impact van het koloniale verleden op onze beeldvorming is daarbij cruciaal. Net zoals de manier waarop kennis wordt doorgegeven en kennis over hoe structureel racisme blijft voorbestaan.
Een sterke democratie durft haar verleden onder ogen te zien. Ook het onderwijs moet daarin een actieve rol spelen.
- Raciale kenmerken