Oud Strafwetboek (tot 1 september 2026): regels voor haatmisdrijven
Facultatieve strafverzwaring
Voor: art. 422quater Sw. (schuldig verzuim), art. 438bis Sw. (aanslag op de persoonlijke vrijheid en op de onschendbaarheid van de woning), art. 442ter Sw. (belaging), art. 453bis Sw. (aanranding van de eer of goede naam van personen), art. 514bis Sw. (brandstichting), art. 525bis Sw. (vernieling van bouwwerken, stoommachines en telegraaftoestellen), art. 532bis Sw. (vernieling en beschadiging van eetwaren, koopwaren of andere roerende eigendommen en art. 534quater Sw. (graffiti en beschadiging van onroerende eigendommen).
Verplichte strafverzwaring
Voor: art. 405quater Sw. (doodslag, slagen en verwondingen en (poging tot) toedienen van stoffen die de dood kunnen veroorzaken of de gezondheid zwaar kunnen schaden) en art. 417/20 Sw. (niet-consensuele seksuele handelingen).
Verzwarende factor: art. 78bis en 78ter Sw.
Voor: alle andere misdrijven.
(zie Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (wijzigingen van het Strafwetboek) + Wet van 14 januari 2013 tot wijziging van artikel 405quater van het Strafwetboek + Wet van 21 maart 2022 houdende wijziging aan het Strafwetboek met betrekking tot het seksueel strafrecht + Wet van 6 december 2022 om justitie menselijker, sneller en straffer te maken IIbis)
Overgangsregeling in het kader van het nieuwe Strafwetboek
Vanaf 1 september 2026 is het nieuwe Strafwetboek van kracht. Voor feiten die vóór 1 september 2026 zijn gepleegd, blijft in principe het oude Strafwetboek gelden (dat van toepassing was op het moment van de feiten). Het nieuwe Strafwetboek geldt dus niet automatisch voor oudere dossiers. Daarop bestaat wel een belangrijke uitzondering. Als het nieuwe Strafwetboek voor de betrokkene gunstiger is, bijvoorbeeld omdat het een lichtere straf voorziet, moet de rechter het nieuwe recht toch toepassen.
Nieuwe, strengere bepalingen kunnen daarentegen niet met terugwerkende kracht worden toegepast op feiten gepleegd vóór 1 september 2026. Daardoor zal in lopende zaken soms moeten worden nagegaan of het oude dan wel het nieuwe recht het gunstigst is voor de beklaagde.