Arbeidshof Brussel (Nederlandstalig), 12 maart 2013
Een man is definitief ongeschikt om zijn taken (of andere taken) uit te voeren in een onderneming en wordt ontslagen wegens overmacht. Er is volgens het arbeidshof geen sprake van discriminatie.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man is blijvend arbeidsongeschikt. De arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door de werkgever wegens overmacht (zonder betaling van een opzeggingsvergoeding). De man meent dat dit in strijd is met de antidiscriminatiewet.
Beslissing
Het arbeidshof oordeelt dat het begrip ontslag uit de antidiscriminatiewet ruim moet worden geïnterpreteerd. Ook het vaststellen van overmacht valt onder het toepassingsgebied van de antidiscriminatiewet.
Vervolgens oordeelt het arbeidshof dat er geen sprake is van discriminatie. De man was definitief ongeschikt bevonden om zijn taak in de onderneming uit te voeren (of om een andere taak uit te voeren in de onderneming). Bijgevolg kon de werkgever zich op overmacht beroepen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
Het arbeidshof oordeelt niet over de ontslagvergoeding omdat hierover een aparte vordering aanhangig is bij de arbeidsrechtbank.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Nl.), 12/3/2013 - Rolnummer 2011/AB/631