Arbeidshof Brussel (Nederlandstalig), 18 mei 2018
Een brief van een advocaat waarin wordt verwezen naar pesterijen kan volgens het arbeidshof niet worden beschouwd als een klacht wegens schending van de antidiscriminatiewet.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een vrouw was verantwoordelijke begeleid wonen in een vzw. Er stelden zich allerlei functioneringsproblemen. De werkgever wou dat de vrouw vervroegd met pensioen ging, maar uiteindelijk werd ze ontslagen.
De vrouw meent dat ze aanspraak kan maken op een schadevergoeding op basis van de bepalingen over de bescherming tegen represailles uit de antidiscriminatiewet. Ze verwijst daarbij naar een brief van 5 februari 2015 die haar advocaat stuurde en waarin de vzw onder meer werd aangemaand "zich te onthouden van iedere daad van pesterijen op het werk".
Beslissing
Volgens het arbeidshof is de brief geen klacht wegens schending van de antidiscriminatiewet.
De brief maakt melding van pesterijen, en ontkent dat de vrouw zou hebben beslist om met vervroegd pensioen te gaan, maar kan niet worden beschouwd als een klacht wegens schending van de antidiscriminatiewet.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Nl.), 18/5/2018 - Rolnummer 2017/AB/131