Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Luik, afdeling Luik, 13 april 2026

Een gemeente ontsloeg een polyvalent arbeider wegens ziekteafwezigheden en medische beperkingen, maar onderzocht onvoldoende of een halftijds tijdskrediet een passend alternatief vormden. Het arbeidshof stelt de gemeente in gebreke. 

[Eerste aanleg: Arbeidsrechtbank Luik, afdeling Verviers, 19 februari 2025 - niet beschikbaar] 

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 13/04/2026
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Gezondheidstoestand
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een gemeentearbeider werkte sinds 2018 als polyvalent arbeider bij een gemeente. Hij bestuurde hoofdzakelijk de gemeentelijke tractor en verrichtte daarnaast taken in de mechanische werkplaats. Tijdens zijn tewerkstelling was hij regelmatig arbeidsongeschikt wegens rugproblemen. De arbeidsgeneesheer oordeelde vanaf 2021 dat hij geen werkzaamheden meer mocht uitvoeren die schokken aan de rug veroorzaakten, waaronder het besturen van de tractor. 

De gemeente stelde dat de langdurige en terugkerende afwezigheden en de onmogelijkheid om hem nog als tractorbestuurder in te zetten, het functioneren van de technische dienst verstoorden. Na een hoorzitting stelde de gemeente een halftijdse tewerkstelling voor. De werknemer vroeg vervolgens een halftijds tijdskrediet aan. De gemeente wees dit af en beëindigde op 31 mei 2022 de arbeidsovereenkomst met betaling van een opzeggingsvergoeding. Als reden verwees zij naar de verstoring van de dienst door de vele afwezigheden en de medische beperkingen van de werknemer. 

Beslissing

Het arbeidshof oordeelde dat er feiten aanwezig waren die een vermoeden van directe discriminatie op grond van de gezondheidstoestand deden ontstaan. De ontslagmotivering verwees namelijk uitdrukkelijk naar de ziekteafwezigheden van de werknemer en naar zijn medische ongeschiktheid om nog met de tractor te werken.

Het hof aanvaardde dat de gemeente een legitiem doel nastreefde, namelijk het verhelpen van organisatorische problemen binnen de dienst. De gemeente slaagde er echter niet in aan te tonen dat het ontslag een noodzakelijke en proportionele maatregel was. Zij onderzocht de door de werknemer voorgestelde oplossing via een halftijds tijdskrediet onvoldoende en motiveerde niet concreet waarom die optie de organisatorische problemen niet kon opvangen.

Het hof hervormde daarom het vonnis in eerste aanleg en veroordeelde de gemeente tot betaling van een forfaitaire discriminatievergoeding van 20.203,37 euro bruto, overeenstemmend met 6 maanden loon, vermeerderd met interesten vanaf 31 mei 2022. De subsidiaire vordering wegens kennelijk onredelijk of abusief ontslag werd afgewezen. De gemeente werd eveneens veroordeeld tot de gerechtskosten van beide aanleggen.

Aandachtspunten

  • Het hof beoordeelt deze zaak uitsluitend vanuit het beschermd kenmerk gezondheidstoestand (de werknemer was regelmatig afwezig omwille van rugproblemen en mocht van de arbeidsgeneesheer geen tractor meer besturen), maar onderzoekt niet of de rugproblemen ook een handicap vormen met bijhorende plicht tot het treffen van redelijke aanpassingen. 
  • Een ontslag dat steunt op ziekteafwezigheden en medische beperkingen kan een vermoeden van directe discriminatie op grond van de gezondheidstoestand doen ontstaan.
  • Organisatorische problemen rechtvaardigen een ontslag alleen wanneer de werkgever aantoont dat het ontslag een passende en noodzakelijke maatregel is.
  • Het hof past de proportionaliteitstoets strikt toe: de werkgever moet concreet onderzoeken en motiveren waarom minder ingrijpende alternatieven, zoals aangepast werk of verminderde arbeidsprestaties, geen redelijke oplossing bieden.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Luik (afd. Luik), 13 april 2026 - Rolnummer 2025/AL/291.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?