Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, 13 februari 2026

Een huishoudhulp gaat op kennismakingsbezoek bij een nieuwe klant. Ze wordt door de klant uitgescholden en geslagen met een hark. Later begeeft de klant zich naar het kantoor dat de huishoudhulp heeft gestuurd en maakt er kabaal omdat hij had gevraagd om geen moslims en zwarte personen als huishoudhulp te sturen. De correctionele rechtbank veroordeelt de man onder meer voor slagen en verwondingen (met discriminerende drijfveer), geweld op het werk en opdracht geven tot discriminatie.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 13/02/2026
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Andere, Discriminatie (strafrechtelijk), Discriminatie in domein arbeid, Haatmisdrijf, Bedreiging, Slagen en verwondingen, Inbreuk welzijnswet en/of sociaal strafwetboek
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Antwerpen
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

Een vrouw werkt als huishoudhulp en krijgt een nieuwe klant toegewezen. Ze gaat op aanraden van haar werkgever naar de woning van de klant om kennis te maken. Aan de oprit van de woning wordt ze opgewacht door een man die even later terugkeert met een hark. Hij roept de vrouw toe "dat ze het land moet verlaten" en slaat haar met de hark. De vrouw verstopt zich achter een haag en hoort de man nog altijd roepen dat hij haar zal vermoorden.

Na de feiten begaf de man zich naar het kantoor van het bedrijf dat de huishoudhulp had uitgestuurd. Hij riep er dat ze geen zwarte huishoudhulp moesten sturen. Hij verliet het kantoor al scheldend en riep onder meer "allah akbar".

Later verklaarde de man dat hij had gevraagd om "een Nederlandstalige huishoudhulp van hier" te sturen, zodat hij met die huishoudhulp kon communiceren, en hij verduidelijkte dat moslims of personen met een zwarte huidskleur om die reden niet welkom waren.

Juridische kwalificatie

De beklaagde werd vervolgd voor:

  • Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).
  • Bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen (artikel 327 oud Strafwetboek).
  • Opzettelijke slagen en verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge (artikel 399 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
  • Geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk (artikel 32bis, lid 1 welzijnswet en artikel 119 sociaal strafwetboek).
  • Discriminatie van een persoon, groep, gemeenschap of de leden ervan bij de arbeidsbetrekkingen (opdracht geven tot discriminatie) (artikel 25 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 1994 - artikel 255 Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank oordeelde dat alle tenlasteleggingen waren bewezen. De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar en een geldboete van 2.400 euro. De correctionele rechtbank vond het niet opportuun om probatievoorwaarden op te leggen omdat de beklaagde geen enkel schuldinzicht toonde. De discriminerende drijfveer werd afgeleid uit de raciaal getinte en discriminerende opmerkingen die de beklaagde herhaaldelijk maakte zowel tijdens als na de feiten.

Het slachtoffer kreeg een provisionele schadevergoeding van 4.387,16 euro en een rechtsplegingsvergoeding. Unia kreeg een schadevergoeding van 1 euro en een rechtsplegingsvergoeding.

Aandachtspunten

De beklaagde argumenteerde dat het bezoek van de huishoudhulp niet kaderde binnen enige tewerkstelling. Hij was geen werkgever, opdrachtgever of contractant van het bedrijf dat de huishoudhulp had uitgestuurd en had geen enkel opdracht  tot discriminatie gegeven. 

De correctionele rechtbank wees erop dat het misdrijf 'geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk' van toepassing is op iedereen die in contact komt met werknemers en tegen hen een daad van geweld pleegt. Het slachtoffer had zich meteen kenbaar gemaakt als huishoudhulp, waardoor vaststond dat de beklaagde wetens en willens met het slachtoffer in contact was gekomen als werkneemster die haar arbeidsovereenkomst uitvoerde.

De beklaagde (en de vrouw waarmee hij samenwoonde) hadden verklaard dat ze een huishoudhulp wensten waarmee ze in het Nederlands konden communiceren. De correctionele rechtbank merkte op dat het slachtoffer de Nederlandse taal machtig was en dat de toegang tot arbeid moet worden beoordeeld op basis van competenties en menswaardigheid en niet op basis van vooroordelen en stereotypen. In feite was het de beklaagde (en de vrouw waarmee hij samenwoonde) erom te doen dat ze geen moslims en zwarte personen wensten als huishoudhulp. De correctionele rechtbank stelde vast dat, ongeacht wie de juridische werkgever van de huishoudhulp of de contractant van het bedrijf dat de huishoudhulp stuurde ook was, uit de verklaringen en houding van de beklaagde (en de vrouw waarmee hij samenwoonde) duidelijk bleek dat de beklaagde feitelijk opdracht had gegeven om geen moslims of personen met zwarte huidskleur bij hen te laten poetsen.

Unia was betrokken partij.

Afgekort: Corr. Antwerpen, afd. Mechelen, 13/2/2026 - Rolnummer 24M000931

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?