Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Brussel (Franstalig), 6 mei 2014

Een jonge man werd vervolgd voor onder meer slagen en verwondingen met de verzwarende omstandigheid dat zijn gedrag werd ingegeven door haat, misprijzen of vijandigheid vanwege het zogenaamd ras of de religieuze overtuiging van het slachtoffer alsook voor het aanzetten tot haat.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 06/05/2014
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Racisme, Discriminatie op basis van geloof of levensbeschouwing
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Haatmisdrijf, Bedreiging, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Opzettelijke slagen en verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge (artikel 399 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
  • Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
  • Bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen (artikel 327 oud Strafwetboek).
  • Belediging (artikel 448 oud Strafwetboek).
  • Aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon (artikel 20, 2° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 2° Strafwetboek).
  • Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).

Beslissing

De correctionele rechtbank veroordeelde de beklaagde op grond van artikel 405quater van het Strafwetboek en de wet van 30 juli 1981.

Afgekort: Corr. Brussel, 6/05/2014

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?