Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, 7 oktober 2019

14 personen worden vervolgd voor het plegen van een raid op een kraakpand bewoond door Roma’s. Er is onder meer sprake van bedreigingen, vernielingen en aanzetten tot haat of geweld via een WhatsApp-groep.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 07/10/2019
Domeinen: Samenleving, Sport
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Haatmisdrijf, Vernieling bouwwerken, Vernieling roerende eigendommen
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Oost-Vlaanderen
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

Op vrijdag 3 november 2017 bestormden een dertigtal voetbalsupporters een pand in Gent dat gekraakt was door Roma. De aanvallers waren gemaskerd en droegen stokken en Bengaals vuur. Ze drongen met geweld het kraakpand binnen en brachten vernielingen aan. De politie was snel ter plaatse en arresteerde zes voetbalsupporters. 1 persoon bleef aangehouden. Voorafgaand aan de bestorming waren berichtjes uitgewisseld via Whatsapp. 

Uiteindelijk werden 15 verdachten voor de correctionele rechtbank gebracht. 

Unia stelde zich burgerlijke partij naast de slachtoffers. 

Juridische kwalificatie 

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:

  • Vernieling van roerende eigendommen (artikel 528 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 532bis oud Strafwetboek).
  • Beschadiging van onroerende eigendommen (artikel 534ter oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 534quater oud Strafwetboek).
  • Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).
  • Aanzetten tot haat of geweld  jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 20, 4° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank oordeelde dat 3 personen de aanstokers waren. De eerste had betekenisvolle lessen getrokken uit de feiten en werd veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren. De 2 anderen hadden geweigerd om de namen te geven van de werkelijke kopstukken van de aanval, hetgeen er volgens de rechtbank op wees dat ze liever vasthielden aan het moreel gezag en de status die ze genoten binnen de groep. Ze werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met 5 jaar probatieuitstel en een geldboete van 1.600 euro met 3 jaar uitstel. 

De overige personen werden, op 3 na, veroordeeld tot een autonome probatiestraf van 1 jaar. Om hen te wijzen op de nefaste werking van groepsdynamieken worden ze naar een bezoek/opleiding in de Kazerne Dossin gestuurd. 1 persoon had verstek laten gaan en werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden met 3 jaar uitstel. 2 personen werden vrijgesproken. 

De correctionele rechtbank weerhield het haatmotief als één van de drijfveren voor de gepleegde misdrijven. Het haatmotief kon onder meer worden afgeleid uit berichtjes die waren uitgewisseld via Whatsapp. In enkele berichtjes werd opgeroepen om actie te ondernemen waardoor in hoofde van enkele personen ook het aanzettingsmisdrijf was aangetoond. 

De slachtoffers kregen elk 500 euro en Unia ontving 1 euro schadevergoeding. 

Aandachtspunten 

De voetbalsupporters voerden voor de correctionele rechtbank aan dat ze niet gedreven waren door racisme, maar wel door verontwaardiging over het feit dat de Roma een pand hadden gekraakt en ongemoeid werden gelaten. Terecht oordeelde de correctionele rechtbank dat het evenwel volstaat dat één van de drijfveren bestond uit haat, misprijzen of vijandigheid: “Ongeacht het gegeven dat het feit dat het kraken op zich een meer prominente drijfveer kan geweest zijn, staat vast dat uit de specifieke gezegdes in deze Whatsapp-conversaties blijkt dat de feiten ook zijn ingegeven omdat er bij de uiteindelijke plegers een duidelijk en door de groep gedragen misprijzen bestond jegens de krakers omwille van hun afkomst, meer bepaald hun Roma-zijn.” 

De correctionele rechtbank gaf duidelijk aan dat eigenrichting niet toegelaten is: “De beklaagden hebben aan eigenrichting willen doen en hebben hooligan-methodes ingezet om hun ongenoegen te uiten, dit in plaats van de mogelijkheden die de democratische principes van de rechtstaat en een geciviliseerde samenleving hen bieden.” 

Ook wees de correctionele rechtbank op de impact van de feiten op de bewoners: “Zij moeten zich ontzettend bedreigd hebben gevoeld en grote angsten hebben doorstaan. Zeker de kleine kinderen zullen hier wellicht de psychologische gevolgen van dragen.” 

Het vonnis van 7 oktober 2019 is wellicht het eerste Belgische vonnis waarin een haatmotief op basis van de Roma-afkomst van de slachtoffers werd aangetoond. Dat de Roma-slachtoffers zich ook burgerlijke partij hebben gesteld is enigszins opmerkelijk, gelet op hun vaak precaire relatie met, en wantrouwen tegenover, overheidsinstanties.

Unia was betrokken partij.

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?