Correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, 17 december 2021
Het slachtoffer kreeg op straat een messteek in het aangezicht door iemand die hij niet kende. De beklaagde verklaarde dat enkele dagen voordien zijn gsm was gestolen door een ‘Arabier’ en dat hij zich daarvoor wilde wreken.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
De beklaagde verklaarde aan de politie dat hij het slachtoffer had uitgekozen omdat hij goed gekleed was en er uitzag als een ‘dealer’. Aan de politie zei de beklaagde “dit ras moet worden uitgeroeid”. De beklaagde verklaarde eveneens dat hij onder invloed was van alcohol en antidepressiva en in een soort van psychose verkeerde.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Poging tot doodslag (doden met het oogmerk om te doden) (artikel 393 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
- Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).
Beslissing
De correctionele rechtbank herkwalificeerde de eerste tenlastelegging in opzettelijke slagen en verwondingen en achtte het haatmotief bewezen. De beklaagde werd voor beide tenlasteleggingen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden en een geldboete van 1.600 euro.
Unia was geen betrokken partij.