Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, 18 januari 2022
Een man is ontevreden over klanten van een winkel naast hem. Hij duwt de fiets omver van een klant, schopt hem en formuleert daarbij racistische verwijten.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Op 20 november 2019 werd een man, die boodschappen deed, aangevallen door de beklaagde. Na allerlei racistische verwijten door de beklaagde, duwde deze het slachtoffer en gooide hij zijn fiets op het voetpad. Daarbij vielen zijn boodschappen op de grond en zijn fiets werd beschadigd. Terwijl het slachtoffer rustig bleef en de beklaagde aanmaande te vertrekken, schopte de beklaagde het slachtoffer.
Een toevallige passante hoorde de racistische verwijten en zag de agressie. Ze maande de beklaagde aan te kalmeren en normaal te doen. Hierop richtte de beklaagde zich tot haar en begon ook naar haar racistische verwijten te uiten.
Wanneer dit tweede slachtoffer probeerde te vertrekken, draaide de beklaagde haar hand en pols om: 2 vingers waren gebroken en haar pols was gekneusd.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor :
- Opzettelijke slagen en verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge (artikel 399 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
- Vernieling van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen (artikel 521 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 525bis oud Strafwetboek).
- Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
Beslissing
De correctionele rechtbank achtte de beide tenlasteleggingen inzake slagen en verwondingen bewezen. Zij twijfelde niet aan het relaas van de 2 slachtoffers, vermits beide verklaringen overeenkwamen en dit werd bevestigd door een andere getuige. Ook besloot de correctionele rechtbank dat er sprake was van een haatmotief dat kon worden afgeleid uit het uiten van ongepaste racistische verwijten tijdens de agressie.
Wat betreft de schade aan de fiets, heeft de rechter, na de feiten te hebben geherkwalificeerd (naar artikel 559 van het Strafwetboek), vastgesteld dat de feiten waren verjaard.
De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van 800 euro en een gevangenisstraf van18 maanden, waarvan 9 maanden met probatie-uitstel gedurende 5 jaar (met als voorwaarden onder meer het volgen van een passende ambulante therapie en/of een gedragstraining en het zoeken naar een zinvolle manier om zijn dag door te brengen). De beklaagde werd ook veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan het tweede slachtoffer, dat zich burgerlijke partij had gesteld
Aandachtspunten
In haar overwegingen inzake de strafmaat, wijst de correctionele rechtbank er terecht op dat de feiten ernstig zijn, mede omdat de beklaagde de hand omwrong van een getuige die het voor het eerste slachtoffer opnam.
Het is belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de rol van omstaanders en getuigen bij haatmisdrijven. Uit onderzoek van de Koning Boudewijnstichting - in samenwerking met onder andere Unia - blijkt dat de houding van omstaanders bij dergelijke feiten voor veel slachtoffers belangrijk is. Het uitblijven van een reactie van omstaanders komt vaak hard aan omdat slachtoffers zich alleen voelen of het gevoel hebben dat de daders een vrijgeleide krijgen. In de studie wordt daarom aan omstaanders aanbevolen de dader aan te spreken op zijn gedrag of de aandacht af te leiden om het incident te stoppen, steun te bieden en te checken of de betrokkene hulp nodig heeft en zich spontaan te melden als getuige bij de politie. Dat in dit dossier net zo’n betrokken omstaander ook het slachtoffer werd van agressie en racistische verwijten is ontoelaatbaar. Deze veroordeling is een duidelijk signaal dat dit niet kan worden getolereerd.
Unia was betrokken partij.