Ga verder naar de inhoud

Hof van beroep Brussel (Nederlandstalig), 16 maart 2026

2 personen werden veroordeeld door de correctionele rechtbank van Brussel voor het gewelddadig aanvallen van 2 jonge homoseksuele mannen. Het hof van beroep bevestigt het vonnis.

[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Brussel (Nederlandstalig), 3 oktober 2024]

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 16/03/2026
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Hof van beroep
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

In de nacht van 19 augustus 2023 kusten 2 vrienden elkaar op de mond in de buurt van het Flageyplein in Brussel. 2 voorbijgangers, waaronder één van de beklaagden, maakten homofobe opmerkingen zoals: “Vuile flikkers, ga dat soort dingen maar ergens anders doen”. Het bleef bij een verbale woordenwisseling en de 2 vrienden begaven zich naar een tankstation. Daar kwamen ze de 2 voorbijgangers opnieuw tegen die inmiddels vergezeld waren van andere personen. De situatie ontaardde snel en één van de 2 voorbijgangers sloeg één van de vrienden in het gezicht. Andere personen, waaronder de tweede beklaagde, kwamen toegesneld en sloegen en schopten de vrienden terwijl ze op de grond lagen. Eén van de 2 vrienden verloor het bewustzijn.

De correctionele rechtbank veroordeelde de beklaagden en weerhield het haatmotief als verzwarende omstandigheid. De beklaagden stelden hoger beroep in tegen het vonnis.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:

  • Opzettelijke slagen en verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge (artikel 399 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).

Beslissing

Het hof van beroep oordeelt dat de feiten terecht bewezen werden verklaard, met inbegrip van het haatmotief als verzwarende omstandigheid. Het vonnis wordt bevestigd.

Daarbij stelt het hof van beroep dat dergelijke feiten niet alleen lichamelijke schade veroorzaken, maar ook gevoelens van onveiligheid creëren en daarom onaanvaardbaar zijn in onze maatschappij.

Unia was betrokken partij.

Afgekort: HvB Brussel, 16/3/2026 - Rolnummer 2024/CO/1198

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?