Hof van Justitie van de Europese Unie, 13 juli 2017
Richtlijn 2000/78 verzet zich niet tegen een nationale regeling die voorziet in een bedrijfspensioen ten belope van een bedrag overeenkomend met de verhouding tussen de duur van de diensttijd en de periode vanaf het begin van het dienstverband tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de wettelijke pensioenverzekering, en die een maximum stelt aan de dienstjaren die kunnen worden meegerekend.
Ute Kleinsteuber tegen Mars GmbH (C-354/16)
Feiten
Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of de artikelen 1 en 2 en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78 aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling die voorziet in een bedrijfspensioen ten belope van een bedrag overeenkomend met de verhouding tussen de duur van de diensttijd en de periode vanaf het begin van het dienstverband tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de wettelijke pensioenverzekering, en die een maximum stelt aan de dienstjaren die kunnen worden meegerekend.
Beslissing
De artikelen 1 en 2 en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling die voorziet in een bedrijfspensioen ten belope van een bedrag overeenkomend met de verhouding tussen de duur van de diensttijd en de periode vanaf het begin van het dienstverband tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de wettelijke pensioenverzekering, en die een maximum stelt aan de dienstjaren die kunnen worden meegerekend.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, Ute Kleinsteuber tegen Mars GmbH, 13/7/2017 – Rolnummer C-354/16
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)