Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 17 april 2018

In een vacature staat dat de sollicitant lid moet zijn van een kerk. Een vrouw die niet tot een geloofsgemeenschap behoort solliciteert, maar wordt niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek.

Gepubliceerd op: 17/04/2018
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van geloof of levensbeschouwing
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Vera Egenberger tegen Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung e.V. (C-414/16)

Feiten

In november 2012 publiceerde Evangelisches Werk een vacature voor een tijdelijke baan ten behoeve van een project in het kader van de opstelling van het parallel rapport over de toepassing van het Internationaal Verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.  Een van de vereisten waaraan de sollicitanten moeste voldoen luidde als volgt: „Wij vereisen van de sollicitant dat deze lid is van een evangelische kerk of een kerk die behoort tot de Arbeitsgemeinschaft christlicher Kirchen in Deutschland en zich vereenzelvigt met de diaconale opdracht. Sollicitanten dienen in hun curriculum vitae te vermelden tot welke geloofsgemeenschap zij behoren.

E., die niet tot een geloofsgemeenschap behoorde, solliciteerde op de vacature. Hoewel haar sollicitatie na een eerste schifting door Evangelisches Werk nog in de selectieprocedure werd gehouden, werd zij niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. De uiteindelijk aangenomen sollicitant had met betrekking tot de vraag tot welke geloofsgemeenschap hij behoorde, vermeld: een „in de deelstaatkerk van Berlijn gesocialiseerde evangelische christen” te zijn.

Beslissing

Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2000/78/EG  gelezen in samenhang met de artikelen 9 en 10 daarvan en met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een kerk of een andere organisatie waarvan de grondslag is gebaseerd op godsdienst of overtuiging ter ondersteuning van een handeling of een besluit, zoals de afwijzing van een sollicitatie naar een werkplek binnen die kerk of organisatie, beweert dat de godsdienst, vanwege de aard van de betrokken activiteiten of de context waarin deze moeten worden uitgeoefend een wezenlijke, legitieme en gerechtvaardigde beroepsvereiste vormt gezien de grondslag van die kerk of organisatie, een dergelijke bewering zo nodig onderworpen moet kunnen worden aan doeltreffend rechterlijk toezicht waarmee kan worden gewaarborgd dat in een specifiek geval aan de criteria van artikel 4, lid 2, van die richtlijn is voldaan.

Artikel 4, lid 2, van richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat met de in die bepaling bedoelde wezenlijke, legitieme en gerechtvaardigde beroepsvereiste een vereiste wordt bedoeld die noodzakelijk is en, gezien de grondslag van de desbetreffende kerk of organisatie, objectief wordt bepaald door de aard van of de voorwaarden voor de uitoefening van de betrokken beroepsactiviteit. De vereiste mag geen overwegingen omvatten die niet samenhangen met die grondslag of met het recht van die kerk of organisatie op autonomie en dient in overeenstemming te zijn met het evenredigheidsbeginsel.

Een nationale rechterlijke instantie bij wie een geding tussen twee particulieren aanhangig is, is gehouden om, wanneer het voor haar niet mogelijk is het toepasselijke nationale recht uit te leggen in overeenstemming met artikel 4, lid 2, van richtlijn 2000/78, binnen het kader van haar bevoegdheden de rechtsbescherming te verzekeren die voor de justitiabelen voortvloeit uit de artikelen 21 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de volle werking van die artikelen te waarborgen door, zo nodig, elke daarmee strijdige nationale bepaling buiten toepassing te laten.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Vera Egenberger tegen Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung e.V., 17/4/2018 – Rolnummer C-414/16

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?