Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 juli 2011

Richtlijn 2000/78 staat niet in de weg aan een wet die voorziet in de verplichte pensionering van ambtenaren in vaste dienst, in casu procureurs, wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, maar hun tegelijk de mogelijkheid biedt om tot maximaal de leeftijd van 68 jaar te blijven werken.

Gepubliceerd op: 21/07/2011
Domeinen: Arbeid, Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Gerhard Fuchs en Peter Köhler tegen Land Hessen (C-159/10 en C-160/10)

Feiten

Verzoekers in de 2 hoofdgedingen, respectievelijk Fuchs en Köhler, die in 1944 zijn geboren, hebben tot aan de leeftijd van 65 jaar – die zij in 2009 hebben bereikt – als hoofdprocureur gewerkt. Op die leeftijd dienden zij krachtens § 50, lid 1, HBG normaal gezien met pensioen te gaan. De betrokkenen hebben op basis van § 50, lid 3, HBG verzocht om hun functie een jaar langer uit te oefenen.

De minister van Justitie van het Land Hessen heeft hun verzoeken afgewezen op grond dat het belang van de dienst niet vereiste dat zij in functie bleven. Daarop hebben verzoekers in de hoofdgedingen bezwaar bij die minister gemaakt en een kort geding voor het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main ingeleid.

Die rechter heeft de aldus ingediende verzoeken in kort geding ingewilligd en het Land Hessen gelast om Fuchs en Köhler verder te laten werken. Tegen de beslissingen van het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main is echter hoger beroep bij het Hessische Verwaltungsgerichtshof ingesteld. Die rechter heeft de beslissingen nietig verklaard en de verzoeken in kort geding van de betrokkenen afgewezen. 

Sinds 1 oktober 2009 kunnen zij hun functie als hoofdprocureur niet langer uitoefenen en ontvangen zij een ouderdomspensioen.

Beslissing

Richtlijn 2000/78 staat niet in de weg aan een wet, zoals het Hessische Beamtengesetz (ambtenarenwet van het Land Hessen), zoals gewijzigd bij de wet van 14 december 2009, die voorziet in de verplichte pensionering van ambtenaren in vaste dienst, in casu procureurs, wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, maar hun tegelijk de mogelijkheid biedt om tot maximaal de leeftijd van 68 jaar te blijven werken indien het belang van de dienst dit vereist, voor zover deze wet tot doel heeft een evenwichtige leeftijdsstructuur te creëren om de aanstelling en de bevordering van jonge werknemers aan te moedigen, het personeelsmanagement te optimaliseren en daarmee eventuele geschillen over de geschiktheid van de werknemer om zijn activiteit na een bepaalde leeftijd uit te oefenen te voorkomen, en zij het mogelijk maakt dit doel met passende en noodzakelijke middelen te bereiken.

Het is slechts aangetoond dat de betrokken maatregel passend en noodzakelijk is wanneer deze gelet op het nagestreefde doel niet onredelijk lijkt en gebaseerd is op gegevens waarvan de nationale rechter de bewijswaarde moet beoordelen.

Een wet, zoals het Hessische Beamtengesetz, zoals gewijzigd bij de wet van 14 december 2009, die voorziet in de verplichte pensionering van procureurs wanneer zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, is niet incoherent om de enkele reden dat zij procureurs in bepaalde gevallen de mogelijkheid biedt om tot de leeftijd van 68 jaar te werken, dat zij bovendien bepalingen bevat om pensioneringen vóór de leeftijd van 65 jaar te bemoeilijken en dat andere wettelijke bepalingen van de betrokken lidstaat voorschrijven dat bepaalde ambtenaren, met name bepaalde verkozen ambtenaren, na die leeftijd hun activiteit voortzetten, en in een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd van 65 tot 67 jaar voorzien.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Gerhard Fuchs en Peter Köhler tegen Land Hessen, 21/7/2011 – Rolnummer C-159/10 en C-160/10

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?