Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 26 februari 2015

Richtlijn 2000/78 verzet zich niet tegen een nationale regeling die bepaalt dat, in het geval van het ontslag van een werknemer die gedurende een ononderbroken periode van 12, 15 of 18 jaar in dienst van dezelfde onderneming is geweest, de werkgever bij beëindiging van de arbeidsverhouding met deze werknemer een vergoeding ter hoogte van respectievelijk 1, 2 of 3 maanden salaris betaalt, maar dat deze vergoeding niet wordt uitgekeerd als de desbetreffende werknemer ten tijde van de beëindiging van de arbeidsverhouding aanspraak kan maken op het algemeen ouderdomspensioen.

Gepubliceerd op: 26/02/2015
Domeinen: Arbeid, Sociale bescherming
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Ingeniørforeningen i Danmark tegen Tekniq (C-515/13)

Feiten

Landin is geboren op 24 november 1944 en is op 11 januari 1999 overeenkomstig de bepalingen van de funktionærlov als ingenieur in dienst getreden. Teneinde een hoger bedrag te verkrijgen, heeft hij verzocht om met ingang van zijn 65e verjaardag, op 24 november 2009, de uitkering van zijn algemeen ouderdomspensioen op te schorten.

Op 30 november 2011 heeft verwerende partij in het hoofdgeding Landin, inmiddels 67 jaar oud, op de hoogte gesteld van haar beslissing hem na een opzegtermijn van 6 maanden aan het eind van de maand mei 2012 te ontslagen, overeenkomstig de bepalingen van de funktionærlov en rekening houdende met zijn aantal dienstjaren.

Beslissing

De artikelen 2, leden 1 en 2, onder a), en 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die bepaalt dat, in het geval van het ontslag van een werknemer die gedurende een ononderbroken periode van 12, 15 of 18 jaar in dienst van dezelfde onderneming is geweest, de werkgever bij beëindiging van de arbeidsverhouding met deze werknemer een vergoeding ter hoogte van respectievelijk 1, 2 of 3 maanden salaris betaalt, maar dat deze vergoeding niet wordt uitgekeerd als de desbetreffende werknemer ten tijde van de beëindiging van de arbeidsverhouding aanspraak kan maken op het algemeen ouderdomspensioen, voor zover deze regeling enerzijds objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitieme doelstelling van beleid op het terrein van de werkgelegenheid en arbeidsmarkt en anderzijds een passend en noodzakelijk middel vormt voor het verwezenlijken van deze doelstelling. 

Het is aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit het geval is.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Ingeniørforeningen i Danmark tegen Tekniq, 26/2/2015 – Rolnummer C-515/13

Wetgeving:

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?