Raad van State, 28 oktober 2021
Een politie-inspecteur oefent de functie van hondengeleider uit. Omwille van gezondheidsproblemen mag hij geen nachtdiensten meer doen. Als gevolg daarvan wordt hij overgeplaatst naar de interventiedienst. De Raad van State bevestigt, na een eerder verzoek tot schorsing van de beslissing, dat er geen sprake is van discriminatie.
[Zie ook: Raad van State, 7 november 2018]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Een politie-inspecteur oefende in de politiezone de functie uit van hondengeleider. Hij had gezondheidsproblemen en mocht het werk hervatten van de arbeidsgeneesheer op voorwaarde dat hij geen nachtdiensten meer moest doen. Dat werd niet toegestaan en de politie-inspecteur werd overgeplaatst naar de interventiedienst. De man meende dat er sprake was van discriminatie op grond van handicap.
Beslissing
De Raad van State bevestigt:
- Dat er geen sprake is van een handicap. Het is niet omdat de man zijn functie van hondengeleider niet meer kon uitoefenen, omdat hij nachtdiensten meer mocht doen, dat er sprake was van een handicap. Hij kon nog op voet van gelijkheid deelnemen aan ander politiewerk, meer bepaald bij de interventiedienst.
- Dat het voor een hondengeleider, die flexibel moet kunnen worden ingezet in een politiezone met slechts twee hondengeleiders, een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste is om nachtdiensten te kunnen presteren.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: RvS., nr. 252.006, 28-10-2021