Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Luik, afdeling Verviers, 24 maart 2026

De feiten hadden betrekking op twee homofobe overvallen die in Malmédy plaatsvonden na valstrikken via datingwebsites voor homoseksuelen. De rechtbank veroordeelde de verdachte voor diefstal met geweld (en poging tot diefstal met geweld voor één van de twee overvallen), met het discriminerende motief als verzwarende omstandigheid (art. 78 bis Sw.).

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 24/03/2026
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

Tussen 3 en 6 juni 2024 ontmoeten 2 mannen een reeks profielen via homoseksuele datingapps. Deze lokken de slachtoffers onder het voorwendsel van een intieme ontmoeting naar een afgelegen locatie in Malmedy. Ter plaatse duiken meerdere daders op, die homofobe beledigingen uiten, fysiek geweld plegen en geld eisen.

Op 3 juni 2024 wordt een eerste slachtoffer geslagen en bedreigd, en worden zijn bril en persoonlijke bezittingen gestolen. De daders noemen hem “homo” en “pedofiel” en dwingen hem een deel van zijn zakken leeg te maken.

Op 6 juni 2024 loopt een tweede slachtoffer in een gelijkaardige hinderlaag. De aanvallers proberen hem geld af te persen en brengen hem verwondingen toe in het gezicht met een houten voorwerp.

Het onderzoek identificeert de initiatiefnemer, die het gebruik van valse profielen en de organisatie van de ontmoetingen erkent. De feiten zijn uitsluitend gericht tegen homoseksuele mannen en gaan gepaard met gratuit en herhaald geweld.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:

  • diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen, met gebruik of vertoon van wapens (art. 461, 468, 471, 472, 482 en 483 Strafwetboek);
  • poging tot afpersing met geweld en bedreiging, onder dezelfde verzwarende omstandigheden (art. 51, 52, 81, 468, 470, 471, 472, 482 en 483 Strafwetboek);
  • de verzwarende omstandigheid van een discriminerend motief gebaseerd op de seksuele orientatie van de slachtoffers (art. 78bis en 78ter Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank verklaart de tenlasteleggingen bewezen. Zij neemt het bestaan aan van één enkel strafbaar opzet, erkent de ernst van het geweld, de herhaling van de feiten en de sturende rol van de beklaagde.
Het discriminerende motief blijkt uit het exclusief viseren van homoseksuele mannen via gespecialiseerde applicaties en uit de homofobe beledigingen die tijdens de feiten werden geuit.
De rechtbank veroordeelt de hoofdinitiatiefnemer tot één straf van drie jaar gevangenisstraf. Zij beveelt de verbeurdverklaring van het in beslag genomen mes en legt de kosten ten laste van de beklaagde.
Op burgerlijk vlak verklaart de rechtbank de burgerlijke partijstellingen ontvankelijk en gegrond. Zij kent aan het tweede slachtoffer een schadevergoeding toe voor materiële en morele schade. 

Aandachtspunten

  • De rechtbank bevestigt dat een via datingapplicaties georganiseerde hinderlaag een werkwijze vormt die wijst op een discriminerend opzet.
  • De kwalificatie van een haatmotief steunt op een geheel van aanwijzingen: de keuze van de slachtoffers, de context van de ontmoetingen, de homofobe beledigingen en het buitenproportionele geweld.
  • Het argument dat de dader zich richtte op vermeend pedofiel gedrag overtuigt niet, bij gebrek aan objectieve elementen en omwille van het exclusief viseren van volwassen homoseksuele personen.
  • De beslissing illustreert de effectieve toepassing van de artikelen 78bis en 78ter Strafwetboek bij geweld gepleegd met een haatmotief gebaseerd op seksuele geaardheid.

Unia was partij.

Afgekort: Corr. Luik (afd. Verviers), 24 maart 2026 – rolnr. 25V000297.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?