Ga verder naar de inhoud

Opinie: niet elke controverse is een juridisch probleem

06/08/2026
  • Nieuws
  • Raciale kenmerken
  • Geslacht (of gender)

Unia-directeur Els Keytsman De Ronne schreef een opiniestuk naar aanleiding van de uitspraak van Sophie Straat op de Gentse Feesten en het spandoek in Drongen.

Waarom de heisa over Sophie Straat meer zegt over vrije meningsuiting dan over discriminatie

Eén keer per jaar geef ik een gastles aan studenten journalistiek over vrije meningsuiting en de grenzen daarvan. We overlopen dan eerst het wettelijk kader. Vervolgens proberen we met concrete voorbeelden uit de dossierpraktijk van Unia te bepalen waar die grenzen precies liggen.

Met de discussies over uitspraken van Sophie Straat op Best Kept Secret en de Gentse Feesten krijgen we er opnieuw een actueel voorbeeld bij. Honderden mensen deden hierover een melding bij Unia. Ook persoonlijk kreeg ik heel wat vragen. Sommige opiniestukken die ik hierover las, deden bovendien mijn wenkbrauwen fronsen.

Toch is dit debat allesbehalve nieuw. Veel reacties vertrekken vanuit dezelfde vragen die ik elk jaar met studenten bespreek: Mag dat gezegd worden? Is dit vrije meningsuiting? Is dit discriminerend? Is het strafbaar? En waarom lijkt het alsof er bij zogezegd gelijkaardige gevallen soms wel wordt ingegrepen en soms niet?

Voor het beantwoorden van die vragen grijp ik terug op een themahoofdstuk uit het jaarverslag van 2011 van het toenmalige Centrum voor Gelijkheid van Kansen. Het bevat een helder kader dat vandaag, zij het verder uitgewerkt en verfijnd, nog altijd overeind staat. Het legt uit hoe wij naar dergelijke dossiers kijken en welke afwegingen daarbij een rol spelen.

Vrije meningsuiting beschermt ook ongemakkelijke meningen

Veel discussies over vrije meningsuiting vertrekken van een misverstand. Bij discriminatie is gelijke behandeling het uitgangspunt. Wie een onderscheid maakt, moet dat kunnen verantwoorden. Bij vrije meningsuiting geldt net het omgekeerde: vrijheid is het uitgangspunt en een beperking moet worden gerechtvaardigd. Discriminatie kent dus een ander juridisch kader dan haatboodschappen.

Dat verklaart ook waarom niet elke kwetsende, choquerende of provocerende uitspraak meteen onwettig is. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukt al decennialang dat de vrijheid van meningsuiting ook geldt voor uitingen die kunnen kwetsen, schokken of verontrusten.

Verontwaardiging volstaat niet als juridische maatstaf. Context doet ertoe. Intentie doet ertoe. Het publiek doet ertoe.

Taalkundigen spreken over performatieve uitingen: woorden doen vaak meer dan alleen een mening uitdrukken. Ze kunnen mensen mobiliseren, uitsluiten of aanzetten tot haat. Daarom kijken we niet alleen naar wat er gezegd wordt. Vrijheid van meningsuiting beschermt immers ook meningen die we kwetsend, choquerend of onaanvaardbaar vinden.

De cruciale vraag is wat iemand met die woorden probeert te bereiken. Wil iemand een maatschappelijk debat openen? Provoceren? Beledigen? Of probeert iemand anderen actief aan te zetten tot haat, discriminatie of geweld? Dat zijn wezenlijk verschillende zaken, zowel maatschappelijk als juridisch.

Het verschil tussen kwetsende uitspraken en strafbare haatspraak wordt duidelijker wanneer we naar concrete voorbeelden kijken. Sommige uitspraken kunnen mensen diep raken, stereotypen versterken of hele groepen stigmatiseren, zonder daarom automatisch strafbaar te zijn.

Een uitspraak van wijlen professor Etienne Vermeersch blijft me nog steeds bij. In een debat over de NIPT-test sprak hij de hoop uit dat mensen met het syndroom van Down "uiteindelijk zouden uitsterven". Veel mensen met Down en hun families voelden zich daardoor diep geraakt. En wat zegt zo'n uitspraak over hoe we naar handicap kijken?

Of denk aan de schrijfsels van toenmalig aartsbisschop André-Joseph Léonard. Hij omschreef homoseksualiteit onder meer als een “onvolmaakte fase in de seksualiteit” en een “verstoring in de psychologische ontwikkeling”.

Ook radiopresentator Alain Simons veroorzaakte ophef toen hij tijdens het voorlezen van verkeersinformatie luisteraars waarschuwde dat ze “hun voorzorgen moesten nemen” omdat er "rondtrekkende zigeuners" waren gesignaleerd.

De betrokken groepen voelden zich terecht geraakt. Stereotypen werden bevestigd en stigma's versterkt. Toch werden deze uitspraken niet automatisch als strafbare haatspraak beschouwd. Dat is het onderscheid dat in de discoursanalyses speelt:

Kwetsende of stigmatiserende uitspraken zijn niet noodzakelijk hetzelfde als uitingen die bedoeld zijn om anderen aan te zetten tot haat, discriminatie of geweld. Dat laatste is waar het recht in de eerste plaats naar kijkt.

‘Awful but lawful’

Het debat wordt vaak voorgesteld alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan: ofwel valt een uitspraak onder de vrije meningsuiting, ofwel is ze strafbaar. In werkelijkheid bevindt zich daartussen een veel groter en diffuus gebied.

Binnen Unia spreken we al langer over “uitspraken in de grijze zone” en gebruiken we ook de term awful but lawful speech: uitspraken die niet in strijd zijn met de wet, maar die wel groepen kunnen kwetsen, stigmatiseren, stereotypen kunnen versterken of polarisering kunnen voeden.

Dat onderscheid is belangrijk omdat niet elk maatschappelijk probleem een strafrechtelijk antwoord vereist. Tussen "niets doen" en "strafrechtelijk vervolgen" bevindt zich een scala aan mogelijke reacties. Moreel veroordelen. Dialoog. Tegenspraak. Bemiddeling. Tuchtsancties. Gedragscodes. Journalistieke rechtzettingen. Beslissingen van regulatoren.

Niet vervolgen is geen synoniem voor goedkeuren

De zaak-Alain Simons is daarvan een goed voorbeeld. Unia vond de uitspraken van de radiostem problematisch, maar meende dat het bijzondere opzet (wat vereist is voor een aanzettingsmisdrijf) ontbrak. De Conseil supérieur de l'audiovisuel (CSA) met wie Unia een samenwerkingsprotocol heeft, stelde evenwel een schending van de audiovisuele regelgeving vast en sanctioneerde de RTBF.

De zaak-Léonard illustreert de spanning tussen juridische beoordeling en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Veel mensen hebben de uitspraken van de aartsbisschop als homofoob ervaren. LGBTI-organisaties protesteerden, zoals Çavaria met een affichecampagne, en Unia (het toenmalige Centrum) wees Léonard op zijn bijzondere verantwoordelijkheid die publieke figuren in een diverse samenleving dragen. Uiteindelijk oordeelde de rechter, na klachten van LGBTI-organisaties, dat de uitspraken kwetsend konden zijn zonder dat sprake was van strafbare aanzetting tot discriminatie.

Hetzelfde spanningsveld zagen we in 2025 bij de uitspraken van politicus Georges-Louis Bouchez op Radio Judaïca over de Israëlische pageraanval, waarbij veel doden vielen, onder wie ook onschuldige burgerslachtoffers. Voor Unia bleef de uitspraak binnen de grenzen van de vrije meningsuiting. We hebben dus geen juridische stappen ondernomen. Wel kreeg Radio Judaïca een sanctie van het CSA omdat de uitspraken tijdens het programma onvoldoende waren gekaderd.

Ook de veelbesproken Humo-column van auteur Herman Brusselmans leidde tot een golf van reacties. Unia liet via het indienen van een klacht de zaak juridisch onderzoeken omdat zijn tekst gewelddadige beeldspraak tegenover Joden bevatte en omdat hij Joden verantwoordelijk leek te stellen voor het beleid van de regering-Netanyahu, een redenering die als antisemitisch wordt beschouwd. Na verhoor van de auteur bleek een strafbaar haatmotief niet aantoonbaar. We hebben daarom geen verdere gerechtelijke stappen ondernomen.

Dat betekent echter niet dat wij geen probleem zagen.

Ook wanneer uitspraken niet strafbaar blijken, kunnen ze stereotypen reproduceren of bijdragen aan vijandbeelden.

De antisemitische insteek van de column hebben we ook publiekelijk benoemd. Dat leverde kritiek op vanuit verschillende hoeken. Sommigen vonden dat we de vrijheid van meningsuiting bedreigden. Anderen vonden dat we onze verantwoordelijkheid niet namen.

Wanneer dialoog meer oplevert

Hetzelfde geldt voor het dossier van het Aalsterse carnaval, waarbij een praalwagen heeft geleid tot een wereldwijde storm van kritiek. Ook hier ontving Unia veel meldingen en dienden een aantal mensen klachten in bij de politie. Deze hebben niet geleid tot een strafrechtelijke veroordeling. Ook voor Unia bleef de bewuste praalwagen binnen de grenzen van de wet.

Maar dat verhinderde ons niet om duidelijk te wijzen op het antisemitische karakter van bepaalde beeldvorming en op de impact daarvan op veel Joodse burgers. Wij kozen hier voor een traject van dialoog en bemiddeling. Daaruit vloeide het rapport Carnaval en de grenzen van de vrijheid van expressie voort, over de spanning tussen satire, traditie, stereotypering en discriminatie, en waarin we aanbevelingen formuleerden om te komen tot inclusieve folklore.

Ik blijf het jammer vinden dat Aalst daar uiteindelijk niets mee heeft gedaan. Tegelijk zie ik met belangstelling hoe andere steden hun tradities kritisch hebben herbekeken en aangepast na maatschappelijk debat. Zoals in Ath, waar het vroegere personage van de "Sauvage de la Ducasse d'Ath" evolueerde tot de "Duivel". Die verandering naar een traditie zonder racisme kwam er dankzij het werk van een burgercommissie voor folklore, waaraan ook Unia deelnam.

Al deze voorbeelden illustreren hetzelfde punt.

Niet alles wat wettelijk toegelaten is, is daarom maatschappelijk zonder problemen. Maar evenmin moet elk maatschappelijk probleem via het strafrecht worden aangepakt.

Wanneer woorden wél aanzetten tot haat

Soms bevinden we ons echter niet langer in een grijze zone. Dan gaat het niet meer om provocerende, controversiële of kwetsende meningen, maar om uitingen die daadwerkelijk aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. Een duidelijk voorbeeld was het weerkerende haatdiscours van Fouad Belkacem en andere leden van Sharia4Belgium. Sinds 2010 dienden wij meerdere klachten in; de man is uiteindelijk veroordeeld voor herhaaldelijk aanzetten tot haat tegenover niet-moslims.

Vandaag speelt een belangrijk deel van het debat zich online af. Ook daar blijven dezelfde vragen terugkomen: wat is een mening? Wat is een daad? En wanneer wordt vrije meningsuiting een instrument om mensen uit te sluiten of tegen elkaar op te zetten? Rechters kijken daarbij nu ook naar de omgeving die mensen online creëren: reacties die systematisch worden aangemoedigd, haatdragende boodschappen die bewust blijven staan of online communities waarin vijandbeelden worden gevoed.

Dat bleek in een zaak van een beheerder die via verschillende socialemediakanalen systematisch negatieve en misleidende berichten over minderheidsgroepen verspreidde. Zijn berichten lokten voorspelbaar racistische reacties uit, die hij bewust liet staan en zelfs verder aanwakkerde met desinformatie, zoals met fake news over een mishandeld schaap nabij een asielcentrum.

Unia stelde zich burgerlijke partij en de rechter veroordeelde hem voor het aanzettingsmisdrijf omdat zijn berichten consequent dezelfde groepen viseerden en een klimaat creëerden waarin racistische reacties voorspelbaar werden uitgelokt. De beheerder verwijderde racistische reacties niet, sprak ze niet tegen en bleef inhoud publiceren die dergelijke reacties aanwakkerde.

Diezelfde redeneringen speelden mee in de zaak-Schild & Vrienden. Ook hier stelde Unia zich burgerlijke partij. Uiteindelijk werden internetactivist Dries Van Langenhove en verschillende betrokkenen definitief veroordeeld voor onder meer het aanzetten tot racisme, negationisme en het verspreiden van rassenhaat.

De Sophie Straat-discussie in perspectief

De contrasten met de Sophie Straat-discussie zijn groot. Net daarom vond ik het nuttig de verschillende dossiers naast elkaar te leggen. En tegen die achtergrond kunnen we de discussie rond Sophie Straat beter plaatsen.

Wij keken naar de feiten. Tijdens haar optreden op de Gentse Feesten vroeg de popzangeres om voor één liedje ruimte te maken voor een veilige moshpit voor groepen die systemische en structurele discriminatie ondervinden. Daarbij deed ze de uitspraak die via sociale media massaal werd verspreid: "Witte mannen naar achteren." We stelden vast dat niemand werd weggestuurd, niemand ergens toe werd verplicht en dat iedereen aan het concert kon deelnemen.

We keken ook naar de context - de lezer weet ondertussen dat deze doorslaggevend is om te bepalen of het om een haatdiscours ging. In dit geval ging het om een artistieke en politieke performance waarbij vrouwen, queer personen en mensen van kleur werden uitgenodigd om dichter bij het podium plaats te nemen. Aan het eind van haar optreden deed ze een oproep om te blijven opkomen tegen discriminatie.

Juridisch was het duidelijk: Sophie Straat hield geen (strafbaar) haatdiscours. Daarom heb ik ook moeite met sommige vergelijkingen die de voorbije weken zijn gemaakt. Het beoordelingskader dat Unia toepast, is niet speciaal voor Sophie Straat ontwikkeld. Het is het kader dat we al jaren gebruiken bij haatboodschappendossiers, of het nu over handicap dat dan wel seksuele oriëntatie, afkomst, religie of nog antisemitisme.

Het is trouwens ook niet onze opdracht om elke controverse op te lossen. Wel om voorbij de verontwaardiging van het moment te kijken en zorgvuldig af te wegen waar vrije meningsuiting eindigt en waar aanzetting tot haat, discriminatie of geweld begint. Dat leidt vaak tot conclusies die sommige mensen niet prettig vinden, maar wel consequent zijn.

Intussen dook in Drongen bij Gent een spandoek op met de tekst: "Alle bruine mannen naar achteren." De boodschap verwees duidelijk naar de controverse rond Sophie Straat. Het spandoek werd opgehangen aan een gebouw in aanbouw zichtbaar vanaf de snelweg. Wie hiervoor verantwoordelijk was en met welke bedoeling het spandoek werd aangebracht, is op dit moment niet bekend.

We vergaren op dit moment de nodige informatie. Met wat ik vandaag weet, is dat wellicht ook een voorbeeld van wat we 'awful but lawful speech' noemen, maar ik blijf voorzichtig in de analyse wegens gebrek aan info. De dienstdoende burgemeester liet het spandoek wel verwijderen.

Waar democratisch debat ophoudt en haat begint

Let op, ik vind niet dat Sophie Straat boven alle kritiek verheven is. Je mag haar uitspraken polariserend vinden en je kunt haar methode contraproductief noemen. Dat zijn legitieme standpunten. Maar dat is iets anders dan besluiten dat haar uitspraken strafbaar zijn of gelijkstellen aan dossiers waarin werkelijk werd aangezet tot haat, discriminatie of geweld.

Wat absoluut niet aanvaardbaar is, zijn de antisemitische en seksistische haatreacties en doodsbedreigingen waarmee Sophie Straat vervolgens werd geconfronteerd. Kritiek hoort thuis in een democratisch debat. Haatcampagnes niet.

Vijftien jaar geleden was dat al de boodschap van het jaarverslag. Vandaag gebruik ik ze nog altijd in mijn gastcollege. Niet elke kwetsende uitspraak is strafbaar. Niet elke toegelaten uitspraak is probleemloos. En tussen deze uitersten speelt het maatschappelijke debat zich af. En het is in die ruimte dat wij als gelijkheidsorgaan oordelen welke ideeën we met argumenten willen bestrijden, welke we afkeuren en welke uitzonderlijk een juridische grens overschrijden.
Els Keytsman De Ronne, directeur van Unia
  • Raciale kenmerken
  • Geslacht (of gender)

Nieuwsbrief