Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, 4 december 2017

Een bank kan nog maar 1 foreign exchange dealer in dienst houden en kiest daarbij voor een jonge werknemer en niet voor een man met 36 jaar ervaring. Volgens het arbeidshof werd de man gediscrimineerd op grond van zijn leeftijd.

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 04/12/2017
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Leeftijd
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Antwerpen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een man was 36 jaar lang foreign exchange dealer in een kleine bank. Na de financiële crisis van 2008-2009 werden bepaalde verplichtingen opgelegd door de Europese Commissie en moesten bepaalde activiteiten worden afgebouwd. Het gevolg was dat nog maar 1 foreign exchange dealer (tijdelijk) in dienst kon worden gehouden. De bank koos een jongere collega voor die functie en de man was van oordeel dat hij werd gediscrimineerd op basis van zijn leeftijd.

Beslissing

Het arbeidshof oordeelde dat er een vermoeden van discriminatie was. De bank had namelijk gesteld dat een jongere werknemer beter in staat was om in de continuïteit te voorzien tot aan de volledige stopzetting van de activiteit.

Vervolgens oordeelde het arbeidshof dat de bank had aangegeven dat de leeftijd van de man de reden was waarom hij niet werd gekozen voor de functie. De bank had immers gesteld dat de man in 2017 met pensioen zou gaan en dat de activiteit pas in 2020 zou worden stopgezet. Daarom werd gekozen voor een jongere collega.

Ten slotte oordeelde het arbeidshof dat de bank het onderscheid op basis van leeftijd niet kon rechtvaardigen. De bank moest bepaalde activiteiten afbouwen. Dit kon niet worden beschouwd als een legitieme doelstelling van sociaal beleid die het gemaakte onderscheid kon rechtvaardigen. Volgens het arbeidshof ging het om een louter economische en bedrijfsmatige doelstelling gericht op het persoonlijk belang van de onderneming. 

Het arbeidshof merkt ook op dat het argument van het 'verzekeren van de continuïteit' erg ruim was. Onder dat mom zou een bedrijf altijd de jongste kandidaat kunnen kiezen, want bij jongere kandidaten is de kans op continuïteit per definitie groter.

De man kreeg de wettelijk voorziene forfaitaire schadevergoeding van 6 maanden brutoloon.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Antwerpen, afd. Antwerpen, 4/12/2017 - Rolnummer 2017/AA/46

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?