Arbeidshof Brussel (Franstalig), 12 april 2016
Een man meent dat werknemers met de Franse nationaliteit worden bevoordeeld in het bedrijf waar hij werkt. Hij dient een formele klacht in wegens discriminatie. Wanneer hij wordt ontslagen, oordeelt het arbeidshof dat hij een beroep kan doen op de represaillebescherming uit de antiracismewet.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man wordt aangeworven in een bedrijf met de belofte dat hij snel kan doorgroeien tot de functie van directeur. Nadat een selectieprocedure plaatsvindt voor een nieuwe directeur, wordt een andere werknemer benoemd tot directeur. De man klaagt via zijn advocaat de verschillende behandeling van werknemers aan. Hij is van oordeel dat werknemers met de Franse nationaliteit worden bevoordeeld.
Later wordt de man ontslagen. Hij roept de represaillebescherming in uit de antiracismewet.
Beslissing
Er werd een formele klacht ingediend wegens discriminatie en het bedrijf kan niet aantonen dat het ontslag niets te maken had met die klacht. Het arbeidshof bevestigt de uitspraak van de arbeidsrechtbank en kent de beschermingsvergoeding toe van 6 maanden brutoloon.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 12/4/2016 - Rolnummer 2014/AB/151