Arbeidshof Brussel (Franstalig), 14 juli 2014
Een man meent dat hij geen promotie kreeg en werd ontslagen omwille van zijn seksuele oriëntatie. Het dossier bevat evenwel geen enkel element dat hierop zou wijzen.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man dient een formele klacht in wegens pesterijen tegen zijn hiërarchische verantwoordelijke. De volgende dag wordt hij ontslagen. Hij meent dat hij werd gediscrimineerd op grond van zijn seksuele oriëntatie en zijn nationaliteit want zijn hiërarchische meerdere zou gezegd hebben dat hij lid was van de “gay maffia”.
Beslissing
Uit het dossier blijkt volgens het arbeidshof nergens dat de hiërarchische meerdere zou gezegd hebben dat de man lid was van de “gay maffia”. Het dossier bevat ook geen enkel element dat erop zou wijzen dat de man geen promotie kreeg en werd ontslagen omwille van zijn seksuele geaardheid of zijn nationaliteit. Het arbeidshof oordeelt dat het verzoek van de man onontvankelijk is.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 14-7-2014 – rolnummer 2012/AB/999