Arbeidshof Brussel (Franstalig), 14 juni 2017
Een man verloor zijn werkloosheidsuitkering. Om opnieuw aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering moet hij een bepaald aantal gewerkte dagen aantonen. Dat aantal gewerkte dagen is afhankelijk van de leeftijd. Het arbeidshof oordeelt dat deze regeling discrimineert op grond van leeftijd.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man verloor zijn werkloosheidsuitkering voor onbepaalde tijd nadat hij voor de tweede keer geen gevolg had gegeven aan een oproepingsbrief. Later probeerde hij opnieuw aanspraak te maken op een werkloosheidskering, maar die werd niet toegekend. De man had onvoldoende werkdagen gepresteerd in de periode voorafgaand aan de aanvraag.
2 zaken zijn van belang:
- Voor het berekenen van de werkdagen die nodig zijn om opnieuw aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering, wordt enkel rekening gehouden met de prestaties die werden verricht na de periode van definitieve uitsluiting uit de werkloosheid.
- Het aantal benodigde werkdagen is afhankelijk van de leeftijd. Personen die jonger zijn dan 36 jaar moeten 312 werkdagen aantonen. Personen die ouder zijn dan 36 jaar moeten 438 werkdagen aantonen.
Beslissing
Het arbeidshof oordeelt dat het discriminerend is om een verschillend aantal werkdagen te eisen, afhankelijk van de leeftijd, na een periode van definitieve uitsluiting uit de werkloosheid.
Het is an sich gerechtvaardigd om meer werkdagen te eisen van iemand die ouder is dan van iemand die jonger is, omdat iemand die ouder is normaal gezien langer heeft gewerkt. Maar wanneer iemand wordt uitgesloten uit de werkloosheid, tellen enkel de prestaties mee die werden verricht na de definitieve uitsluiting. Daarom is het niet gerechtvaardigd om meer werkdagen te eisen wanneer het 'deel van de loopbaan' dat in aanmerking kan worden genomen, op hetzelfde moment begint, namelijk vanaf de definitieve uitsluiting.
Daarnaast stelt het arbeidshof nog een tweede discriminatie vast. Wanneer iemand voor onbepaalde tijd wordt uitgesloten nadat geen gevolg werd gegeven aan een oproepingsbrief is het aantal benodigde werkdagen afhankelijk van de leeftijd. Maar wanneer iemand wordt uitgesloten in het kader van de controle op het actief zoeken naar werk, is dat niet het geval. Nochtans bevinden beide categorieën van personen zich na de uitsluiting niet in een verschillende situatie.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 14/6/2017 - Rolnummer 2015/AB/418
Wetgeving:
- Koninklijk Besluit houdende de werkloosheidsreglementering (25 november 1991)