Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Brussel (Franstalig), 14 november 2017

Een man werd ontslagen om dringende reden na een klacht van een stagiair wegens pesterijen. Het arbeidshof oordeelt dat het ontslag om dringende reden niet gerechtvaardigd was. Nog volgens het arbeidshof werd niet aangetoond dat de seksuele oriëntatie van de man een rol speelde bij het ontslag.

[Eerste aanleg: Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig),  4 mei 2015]

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 14/11/2017
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie, Inbreuk welzijnswet en/of sociaal strafwetboek
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten   

Een man werkte in een hotel. Na een klacht van een stagiair voor pesterijen werd hij ontslagen om dringende reden.  De arbeidsrechtbank oordeelde in eerste aanleg dat het ontslag wegens dringende reden niet gerechtvaardigd was en dat de seksuele geaardheid van de man een rol had gespeeld bij de beslissing tot ontslag.

Beslissing

Het arbeidshof onderzocht de verschillende klachten die door de stagiair werden geformuleerd tegen de man. Daaruit besloot het arbeidshof dat de feiten waarover een klacht werd ingediend onschuldig zijn, niet werden aangetoond of behoren tot het privéleven van de betrokkenen. Ze hadden geen gevolgen op professioneel vlak die de vertrouwensrelatie, die de werkrelatie tussen de man en zijn werkgever zouden moeten beheersen, onherstelbaar zouden schaden. Het arbeidshof oordeelde dat de man ten onrechte werd ontslagen om dringende reden.

Daarnaast oordeelde het arbeidshof dat geen enkel element uit het dossier erop wees dat de man anders werd behandeld dan andere werknemers omwille van zijn seksuele oriëntatie. Geen enkel element uit het dossier toonde aan dat de seksuele oriëntatie van de man één van de redenen was voor het ontslag. De man werd volgens het arbeidshof niet gediscrimineerd op grond van zijn seksuele oriëntatie en kon geen aanspraak maken op de wettelijke schadevergoeding van zes maanden brutoloon.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 14-11-2017 – rolnummer 2015/AB/532

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?