Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Brussel (Franstalig), 21 april 2011

Een man meent dat zijn ontslag ingegeven is door racistische motieven, maar het arbeidshof vindt hiervan geen enkele aanwijzing in het dossier.

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 21/04/2011
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een man werkt als bediende op de griffie van een vredegerecht. Hij wordt ontslagen om verschillende redenen: niet opvolgen van de instructies, agressiviteit tegenover collega's, gebrek aan respect tegenover de hiërarchische meerdere, foute uitvoering van de taken ...

Volgens de man is het ontslag discriminatoir.

Beslissing

Het arbeidshof bevestigt het vonnis van de arbeidsrechtbank: er is geen enkele aanwijzing dat het ontslag ingegeven zou zijn door racistische motieven.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 21/4/2011 - Rolnummer 2010/AB/472
 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?