Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Brussel (Franstalig), 22 juni 2017

Een vrouw combineert haar pensioenuitkering met een inkomen uit arbeid. Omdat ze een bepaald plafond overschrijdt met haar inkomen uit arbeid en geen 42 werkjaren kan aantonen, moet ze een deel van haar pensioenuitkering terugbetalen. Volgens het arbeidshof is er geen sprake van discriminatie.

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 22/06/2017
Domeinen: Arbeid, Sociale bescherming
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een vrouw ging op pensioen op de leeftijd van 55 jaar. Ze combineert haar pensionering met betaalde arbeid. Omdat haar inkomen uit arbeid een bepaald plafond oversteeg, werd een deel van haar pensioenuitkering teruggevorderd. In de wet staat een uitzondering, maar de vrouw kan hier geen gebruik van maken omdat ze geen loopbaan van 42 jaar kan aantonen.

De vrouw meent dat er sprake is van discriminatie. Een loopbaan van 42 jaar zou betekenen dat ze had moeten beginnen werken op de leeftijd van 13 jaar. Dat is in strijd met het Kinderrechtenverdrag. 

Beslissing

Het arbeidshof oordeelt dat er geen sprake is van discriminatie.

In de wet wordt een uitzondering gemaakt naargelang de betrokkene al dan niet een loopbaan van 42 jaar kan aantonen. Maar de wetgever kon dit onderscheid rechtvaardigen. Personen met een langere carrière hebben immers meer bijgedragen aan de sociale zekerheid dan personen met een kortere carrière.

Daarnaast heeft de vrouw er zelf voor gekozen om op de leeftijd van 55 jaar met vervroegd pensioen te gaan (en daarnaast nog te werken). Ze kon daarbij gebruik maken van een pensioenregeling die voordeliger was dan die van andere werknemers.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 22/6/2017 - Rolnummer 2016/AB/63

Wetgeving:

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?