Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Brussel (Franstalig), 7 februari 2024

Een vrouw werkte als verkoopster. Tijdens een periode van afwezigheid wegens ziekte werd ze ontslagen. De werkgever meende dat het ontslag gerechtvaardigd was omdat hij door de afwezigheid van de vrouw een bepaalde kledingswinkel tijdelijk had moeten sluiten. Maar het arbeidshof oordeelde dat het ontslag discriminatoir was.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 07/02/2024
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van gezondheidstoestand
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een vrouw werkte als verkoopster in een kledingwinkel. Vanaf 19 juni 2018 was ze afwezig wegens ziekte. Op 19 juli 2018 werd ze ontslagen. De vrouw meende dat het ontslag discriminatoir was (op basis van haar gezondheidstoestand). De werkgever ontkende dit en beweerde dat het ontslag nodig was voor het goed functioneren van de onderneming. De werkgever had namelijk een bepaalde kledingwinkel gedurende een aantal dagen moeten sluiten omwille van de afwezigheid van de vrouw.

Beslissing

Het arbeidshof oordeelde dat er een vermoeden was van discriminatie. De werkgever kon vervolgens niet aantonen dat het ontslag gerechtvaardigd was door een legitiem doel en dat de middelen om dat doel te bereiken passend en noodzakelijk waren. Het ontslag was dus discriminatoir.

De werkgever had 4 verkoopsters in dienst. 1 van die verkoopsters had de vrouw kunnen vervangen waardoor het niet nodig was geweest om een bepaalde kledingwinkel te sluiten. De werkgever was ook niet op zoek gegaan naar andere oplossingen zoals het aanwerven van een interim of het tijdelijk inzetten van de gerant om de winkel open te houden.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Brussel (Fr.), 7-2-2024 – rolnummer 2021/AB/45

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?