Arbeidshof Brussel (Nederlandstalig), 12 december 2012
Een ambtenaar werkt als vertaler en vraagt om van thuis uit te mogen werken wegens zware rugproblemen, maar dat wordt door de werkgever niet toegestaan. Het arbeidshof veroordeelt de werkgever wegens het weigeren van redelijke aanpassingen.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man werkt bij de overheid als tolk. Hij heeft zware rugproblemen en kan dit werk niet meer uitvoeren. Hij krijgt een nieuwe taak, namelijk het vertalen van teksten. Bij wijze van redelijke aanpassing vraagt de man om van thuis uit te mogen werken. Maar dat wordt niet toegestaan.
De man meent dat er sprake is van discriminatie op basis van handicap onder de vorm van het weigeren van redelijke aanpassingen.
In eerste aanleg oordeelde de arbeidsrechtbank dat er geen sprake was van het weigeren van redelijke aanpassingen omdat andere maatregelen werden voorgesteld (zoals een werkplaats op minder dan 7 kilometer van de woonplaats van de man, toestemming om te bewegen tijdens het werk ...).
Beslissing
Volgens het arbeidshof is er, vanaf een bepaalde datum, wel sprake van het weigeren van redelijke aanpassingen. De man stond niet in contact met het publiek. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer had om medische redenen thuiswerk geadviseerd. Indien de man thuiswerk zou krijgen om medische redenen, betekende dat niet dat alle andere werknemers ook aanspraak zouden kunnen maken op thuiswerk.
De werkgever was niet ingegaan op de geadviseerde aanpassingen en toonde niet aan waarom die aanpassingen onredelijk zouden zijn op financieel of organisatorisch vlak.
De man had geen forfaitaire schadevergoeding gevraagd, maar een vergoeding van de reële schade. Hij ontving 9.169 euro (voor het loonverlies tijdens een bepaalde periode), 1.581 euro (voor het verschil tussen zijn voltijds loon en het pensioenbedrag tijdens een bepaalde periode) en 12.000 euro (voor het verlies van een kans om pensioen te nemen op de leeftijd van 65 jaar).
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Nl.), 12/12/2012 - Rolnummer 2011/AB/1089