Arbeidshof Brussel (Nederlandstalig), 20 februari 2017
Een man meent dat hij werd ontslagen omwille van een klacht wegens pesterijen. Het arbeidshof oordeelt dat het ontslag vreemd was aan de klacht, maar verband hield met de houding van de man.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man wordt ontslagen omdat, volgens de werkgever, de samenwerking met de collega's moeilijk was geworden door de houding van de man. De man meende het mikpunt te zijn van pesterijen, onder meer omwille van zijn zwaarlijvigheid, en stelde dat hij werd ontslagen omdat hij hierover een klacht had ingediend.
Hij vorderde een aantal schadevergoedingen, maar de arbeidsrechtbank oordeelde dat die vorderingen ongegrond waren.
Beslissing
Het arbeidshof wees de vorderingen van de man ook af. Het ontslag hield verband met de organisatorische problemen ingevolge de houding van de man en was vreemd aan de klacht die hij had ingediend. Bijgevolg had de man geen recht op een vergoeding op grond van de welzijnswet.
Om dezelfde reden was er ook geen sprake van een willekeurig ontslag of van rechtsmisbruik.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Brussel (Nl.), 20/2/2017 - Rolnummer 2016/AB/331