Arbeidshof Gent, afdeling Gent, 17 december 2014
De ouders van een jongen, verlengd minderjarig, spanden een geding aan tegen het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Hun zoon zat sinds zijn jeugd al veertien jaar in een voorziening in Nederland, op 15 kilometer van hun woonplaats. Ze wilden hem daar houden, te meer vanwege de lange wachtlijsten in Vlaanderen. Het VAPH weigerde een verdere financiële tussenkomst.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Beslissing
Het arbeidshof meent dat er niet alleen medische maar ook familiale redenen zijn voor het verblijf van de jongen in het buitenland, namelijk de afstand tot de woonplaats van zijn ouders. Verder blijkt dat tot nog toe VAPH wel financieel was tussengekomen, en de verdere financiering geen meerkost inhoudt tegenover een verblijf in België. De Nederlandse voorziening is bovendien erkend, en volgens het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap heeft de jongen het recht om vrij zijn verblijfplaats te kiezen.
Interne richtlijnen van het VAPH, waarbij een verblijf in het buitenland enkel een financiële tussenkomst rechtvaardigt voor zover er in Vlaanderen geen geëigend zorgaanbod voorhanden is, zeggen niets over wat er moet gebeuren als er sprake is van plaatsgebrek - en kunnen het subjectief recht van de persoon dus niet teniet doen.
Afgekort: AHof Gent, 17-12-2014
Wetgeving:
- Internationaal verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (12 december 2006) en facultatief protocol (13 december 2006) (officiële Engelstalige versie op de website van de VN)