Arbeidshof Gent, afdeling Brugge, 17 mei 2019
Blijvende beperkingen aan de linkerhand ingevolge een arbeidsongeval, die de werknemer beletten om zijn gewoonlijke arbeidstaken op voet van gelijkheid met andere werknemers uit te voeren, vormen een handicap.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man werkt als uitbener. Door een arbeidsongeval heeft hij ernstige verwondingen opgelopen aan zijn linkerhand. Hij vraagt aangepast werk. Volgens de man weigert de werkgever om aangepast werk aan te bieden, maar dat wordt ontkend door de werkgever.
De chronologie van de feiten toont aan dat de man op 12 januari 2016 via een brief om een aangepaste functie had gevraagd. De werkgever reageerde hier niet op. Op 9 februari 2016 werd de werkgever opnieuw aangeschreven en op 10 februari 2016 vond een gesprek plaats tussen de werknemer en de werkgever. In een brief van 12 februari 2016 stelde de raadsman van de werknemer de verbreking van de arbeidsovereenkomst vast.
Beslissing
De man meent dat de werkgever redelijke aanpassingen weigerde, maar het arbeidshof oordeelt dat de man onvoldoende feiten kan aanvoeren die het bestaan van discriminatie op grond van handicap kunnen doen vermoeden.
Het arbeidshof stelt vast dat de man vóór 12 januari 2016 geen enkele formele vraag stelde voor aangepast werk. In een tweede brief van 9 februari 2016 werd aan de werkgever tot 12 februari 2016 de kans geboden om de man te contacteren met het oog op zijn werkhervatting in een aangepaste functie. Volgens de werkgever werden tijdens het onderhoud van 10 februari 2016 aangepaste taken aangeboden.
Volgens het arbeidshof heeft de man onvoldoende tijd gelaten aan de werkgever om op gepaste wijze te reageren "vermits hij de werkgever in zijn ingebrekestelling van 9 februari 2016 enerzijds de kans heeft geboden om tot 12 februari 2016 initiatieven te nemen met het oog op zijn werkhervatting in een aangepaste functie, en hij anderzijds reeds bij brief van diezelfde dag het einde van de arbeidsovereenkomst vaststelde".
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Gent, afd. Brugge, 17/5/2019 - Rolnummer 2018/AR/99