Ga verder naar de inhoud

Arbeidshof Gent, afdeling Gent, 8 april 2019

Uit het gebruik van de omschrijving 'feiten die het bestaan van discriminatie kunnen doen vermoeden' blijkt dat er geen zekerheid over het gemaakte onderscheid moet bestaan. Wel moeten er objectieve elementen zijn die wijzen op minstens een verschillende behandeling.

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 08/04/2019
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidshof
Rechtsgebied: Gent
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Het arrest bevat geen beschrijving van de feiten.

Beslissing

Uit het gebruik van de omschrijving 'feiten die het bestaan van discriminatie kunnen doen vermoeden' blijkt dat er geen zekerheid over het gemaakte onderscheid moet bestaan. Wel moeten er objectieve elementen zijn die wijzen op minstens een verschillende behandeling. Pas dan kan de bewijslast naar de geïntimeerde verschuiven.

In casu is er geen sprake van het voorleggen van voldoende pertinente en stevige aanwijzingen van discriminatie.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbh. Gent, afd. Gent, 8/4/2019 - Rolnummer 2016/AG/331

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?