Arbeidshof Luik, afdeling Luik, 14 mei 2024
Een medewerkster van een supermarkt werd ontslagen nadat ze enkele dagen afwezig was wegens ziekte. De werkgever beweerde dat de afwezigheid van de vrouw had geleid tot een desorganisatie van het werk, maar kon dit niet concreet maken. Het ontslag was volgens het arbeidshof discriminatoir.
Feiten
Een vrouw werkte in een supermarkt als polyvalent bediende. Ze was gedurende enkele dagen afwezig wegens ziekte. Op maandag mocht ze terug beginnen werken, maar ze had eerst nog een afspraak met haar huisarts. Daardoor zou ze pas beginnen werken om 10.30 h. Om 10.35 h. stuurde ze een berichtje naar haar werkgever waarin ze schreef dat haar huisarts had beslist om haar ziekteverlof te verlengen. Om 10.40 h. stuurde haar werkgever een bericht waarin stond dat ze was ontslagen omdat ze zich 5 minuten te laat had aangemeld.
Beslissing
In navolging van de arbeidsrechtbank oordeelde het arbeidshof dat het ontslag discriminatoir was (op basis van de gezondheidstoestand). In de gerechtelijke procedure had de werkgever zelf verwezen naar de periodes van afwezigheid van de vrouw wegens ziekte. Volgens de werkgever was er daardoor sprake van een desorganisatie van het werk. De werkgever kon evenwel niet aantonen dat er effectief sprake was van desorganisatie en dat het ontslag een proportioneel middel was om een einde te stellen aan die desorganisatie.
De vrouw kreeg de wettelijk voorziene schadevergoeding van zes maanden brutoloon.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbh. Luik, afdeling Luik, 14-5-2024 – rolnummer 2023/AL/341