Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 26 november 2025
De arbeidsrechtbank oordeelt dat het ontslag van een werknemer in een drukkerij discriminatoir is, op grond van zijn vakbondsovertuiging, en kent de forfaitaire schadevergoeding van 6 maanden brutoloon toe. Deze vergoeding kan volgens de arbeidsrechtbank worden gecumuleerd met de bijzondere ontslagvergoeding uit de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden.
Feiten
Een man werkte sinds 2012 in een drukkerij. Aanvankelijk waren er in het bedrijf geen overlegorganen en was er geen syndicale werking. In 2020 stelde de man zich kandidaat voor de sociale verkiezingen. Omdat hij de enige kandidaat was, werd hij van rechtswege verkozen als personeelsafgevaardigde. In 2021 werd hij aangesteld als vakbondsafgevaardigde.
Eind november 2023 beëindigde de werkgever - totaal onverwacht - de arbeidsovereenkomst. Op de C4 werd als reden opgegeven: "Verschil in visie omtrent de uitvoering van de arbeidsovereenkomst". De procedure die is voorzien in de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden werd niet gevolgd door de werkgever. De werkgever betaalde wel de bijzondere beschermingsvergoeding uit de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden.
De man vroeg om hem de concrete redenen voor zijn ontslag mee te delen overeenkomstig CAO nr. 109, maar de werkgever weigerde hierop in te gaan.
Beslissing
De arbeidsrechtbank oordeelde dat de man voldoende feiten kon aanvoeren die een vermoeden van discriminatie aantoonden. De arbeidsrechtbank wees op 4 feiten:
- Het ontslag vond plaats op de vooravond van de occulte periode (zie aandachtspunten).
- De werkgever weigerde enige motivering of verklaring te geven voor het ontslag.
- De man had gedurende 12 jaar een onberispelijk parcours doorlopen in het bedrijf.
- De werkgever had de bepalingen van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden geschonden. Daardoor ontkende het bedrijf een fundamenteel element van het intern sociaal overleg en ondergroef het de bescherming van kandidaat-personeelsafgevaardigden.
In een aanvullende conclusie stelde het bedrijf dat het ontslag het gevolg was van een incident van begin juni 2023 waarbij de man een productieleider 'Texas Ranger' had genoemd, maar de arbeidsrechtbank vond dit geen overtuigend argument.
De arbeidsrechtbank besloot dat enkel de vakbondsovertuiging van de man overeind bleef als reden voor het ontslag. Omdat de werkgever het ontslag niet kon rechtvaardigen was het discriminatoir.
De man kon aanspraak maken op een forfaitaire schadevergoeding van 6 maanden brutoloon wegens discriminatoir ontslag (en op een schadevergoeding van 2 weken brutoloon wegens misbruik van ontslagrecht).
Aandachtspunten
De arbeidsrechtbank oordeelde dat de bijzondere ontslagvergoeding uit de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden en de forfaitaire schadevergoeding uit de antidiscriminatiewet gecumuleerd kunnen worden omdat ze niet dezelfde finaliteit hebben:
- De bijzondere ontslagvergoeding uit de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden dekt de schade ingevolge een onregelmatig ontslag en het miskennen van een bijzondere bescherming.
- De forfaitaire schadevergoeding uit de antidiscriminatiewet dekt de schade ingevolgde een discriminerende handeling.
De occulte periode is de periode waarin de werknemers zich kandidaat kunnen stellen voor de sociale verkiezingen. In deze periode weten de werkgevers die sociale verkiezingen moeten organiseren nog niet (finaal) welke werknemers zullen worden voorgedragen als kandidaat, terwijl die werknemers wel al worden beschermd tegen ontslag. Wanneer een werknemer wordt ontslagen tijdens deze occulte periode, en bij het bekendmaken van de kandidatenlijst blijkt achteraf dat deze werknemer zich kandidaat heeft gesteld voor de sociale verkiezingen, dan dient een bijzondere beschermingsvergoeding te worden betaald door de werkgever.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Antwerpen, afd. Antwerpen, 26/11/2025 - Rolnummer 24/2580/A
Wetgeving:
- Wet houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden (19 maart 1991)
- CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag (12 februari 2014)