Ga verder naar de inhoud

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt, 20 juni 2017

Een gesprek opnemen waaraan je zelf deelneemt, zonder medeweten van de andere deelnemers, is geoorloofd. In casu kan de opname van het gesprek evenwel niet worden aanvaard als bewijs omdat er mogelijk sprake was van uitlokking.

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 20/06/2017
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidsrechtbank
Rechtsgebied: Antwerpen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een man werd ontslagen op 63-jarige leeftijd. Hij meent dat het ontslag discriminatoir is (op grond van leeftijd).

Beslissing

Volgens de arbeidsrechtbank kan de man geen feiten aantonen die het bestaan van discriminatie op grond van leeftijd kunnen doen vermoeden. Er is dus geen verschuiving van de bewijslast mogelijk. 

In deze zaak had de man verwezen naar een transcriptie van een telefoongesprek dat hij had gevoerd met de werkgever. Maar de arbeidsrechtbank besliste om dit stuk uit de debatten te weren.

Aandachtspunt

In verband met het gebruik van opnames van gesprekken stelt de arbeidsrechtbank het volgende: 

  • De arbeidsrechtbank stelt dat het geoorloofd is om, zonder medeweten van de andere deelnemers, een gesprek op te nemen waaraan men zelf deelneemt en verwijst hierbij naar een arrest van het Hof van Cassatie van 9 september 2008 (nr. P.08.0276.N.).
  • Er stelt zich geen probleem in verband met de beoordeling van de redelijke privacyverwachting. Het gesprek vond plaats in de privésfeer, tussen werkgever en werknemer en ging over een bestaand geschilpunt.
  • In casu kan de opname van het gesprek evenwel niet worden aanvaard als bewijs omdat (1) niet kan worden uitgesloten dat er sprake was van uitlokking en (2) de geluidsopnames veel uitgebreider zijn dan de transcripties.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbrb. Antwerpen, afd. Hasselt, 20/6/2017

Dit vonnis werd gepubliceerd in Limburgs Rechtsleven, 2018, p. 333.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?