Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt, 27 januari 2025
Een bedrijf werkt met een activity tracking-systeem. Dergelijke systemen beogen de optimale inzet van de werknemers, maar laten vaak niet toe om te voorzien in redelijke aanpassingen voor individuele werknemers. Volgens Unia discrimineert een dergelijk systeem de collectiviteit van ongeïdentificeerde slachtoffers.
Feiten
Een vrouw werkte, via een uitzendkantoor, als order picker bij een bedrijf. Omwille van een medisch probleem had ze recht op een Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP). De vrouw vroeg om haar doelstellingen bij te stellen bij wijze van redelijke aanpassing, maar het bedrijf gaf daar geen gevolg aan. Omdat ze niet dezelfde resultaten behaalde als haar collega's kreeg ze een negatieve evaluatie. Uiteindelijk werd haar arbeidsovereenkomst niet verlengd.
Het bedrijf werkt met een activity tracking-systeem. Dergelijke systemen beogen de optimale inzet van de werknemers, maar laten vaak niet toe om te voorzien in redelijke aanpassingen voor individuele werknemers.
Beslissing
Een dergelijk systeem treft alle werknemers met een handicap. Unia vorderde de staking van deze discriminatie en trad daarbij op namens de collectiviteit van ongeïdentificeerde slachtoffers.
De arbeidsrechtbank oordeelt evenwel dat de feiten die werden aangehaald ter staving van de discriminatie geen ongedefinieerde groep van slachtoffers treffen. De discriminatie betrof enkel één geïdentificeerde persoon. Daarom was de toestemming nodig van die persoon om in rechte op te treden. Omdat die toestemming ontbrak, werd de vordering van Unia onontvankelijk verklaard.
Unia was betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Antwerpen, afd. Hasselt, 27/1/2025 - Rolnummer 24/271/A