Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 12 maart 2018
Het ontslag van een man is volgens de arbeidsrechtbank niet discriminatoir op grond van handicap en/of gezondheidstoestand.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man werkte als technicus-chauffeur. Zijn taak bestond erin dat hij rondreed met een mobiele medische eenheid met aan boord een arts, assistent en technicus-chauffeur. Die mobiele medische eenheid voerde medische controles uit bij bedrijven. De man moest ook bepaalde biometrische taken uitvoeren in opdracht van de arts.
De man kreeg jaar na jaar slechtere evaluaties. Op een bepaald ogenblik had hij een arbeidsongeval. Er werd een nieuwe technicus-chauffeur aangeworven en de man werd ontslagen omwille van een hele reeks redenen (niet-respecteren van de procedures, ongevallen met de wagen, onvoldoende kennis van de taken ...).
Beslissing
De arbeidsrechtbank oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is in de zin van CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag. Het ontslag was ingegeven door het gedrag en de geschiktheid van de man.
Er was volgens de arbeidsrechtbank ook geen sprake van een handicap en de man kon geen feiten aantonen die wezen op het bestaan van discriminatie op grond van de gezondheidstoestand.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr.), 12/3/2018 - Rolnummer 16/14037/A
Wetgeving:
- CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag (12 februari 2014)