Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 2 mei 2016
Een vrouw krijgt verschillende voorstellen om vervroegd met pensioen te vertrekken of om een andere functie te aanvaarden, maar weigert daarop in te gaan. Ze wordt uiteindelijk ontslagen. Volgens de arbeidsrechtbank kan ze geen feiten aantonen die wijzen op discriminatie op grond van leeftijd.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Een vrouw werkte in een kredietinstelling. Ze kreeg vanaf de leeftijd van 60 jaar verschillende voorstellen om vervroegd met pensioen te vertrekken of om een nieuwe functie te aanvaarden. Ze weigerde hierop in te gaan en werd uiteindelijk ontslagen.
De vrouw meende dat ze werd gediscrimineerd omdat de kredietinstelling geen aangepast functie voor haar kon vinden en omdat haar ontslag enkel en alleen gebaseerd was op haar leeftijd.
Beslissing
De kredietinstelling had de vrouw verschillende voorstellen gedaan voor een nieuwe functie. Maar ofwel had ze niet de nodige competenties, ofwel voldeed ze niet in de nieuwe functie. De vrouw kon volgens de arbeidsrechtbank geen verband aantonen tussen haar leeftijd en het ontslag. Het ontslag had enkel te maken met het feit dat er geen aangepaste functie in de kredietinstelling was die bovendien door haar kon worden aanvaard.
Er waren bijgevolg geen feiten die een vermoeden van discriminatie aantoonden.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr.), 2/5/2016 - Rolnummer 13/5918/A