Ga verder naar de inhoud

Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 21 februari 2018

Een vrouw, die herhaaldelijk afwezig is wegens ziekte, wordt ontslagen. De arbeidsrechtbank oordeelt dat er geen sprake is van discriminatie op grond van handicap en/of gezondheidstoestand.

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 21/02/2018
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van handicap (validisme), Discriminatie op basis van gezondheidstoestand
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie, Intimidatie, Inbreuk welzijnswet en/of sociaal strafwetboek
Rechtsmacht: Arbeidsrechtbank
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een vrouw werkte bij een openbare instelling. Ze was herhaaldelijk afwezig wegens ziekte. Er waren ook spanningen met collega's en er werden onregelmatigheden met de puntklok vastgesteld. De vrouw werd ontslagen en meende dat ze het slachtoffer was van pesterijen op het werk en van discriminatie op grond van haar handicap en/of gezondheidstoestand.

Beslissing

De arbeidsrechtbank oordeelt als volgt:

  • Het ontslag was ingegeven door de noodzaak om de goede werking van de dienst te verzekeren en door de houding van de vrouw. Het ontslag was bijgevolg niet kennelijk onredelijk in de zin van CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag.
  • Op het ogenblik dat de vrouw een klacht indiende voor pesterijen op het werk, was de werkgever al van plan om haar te ontslaan (op grond van motieven die los stonden van de klacht). Er was dus geen inbreuk op de bepalingen over de bescherming tegen represailles uit artikel 32tredecies welzijnswet.
  • De vrouw kon geen feiten aantonen die konden wijzen op pesterijen op de werkvloer. Er was dus geen inbreuk op artikel 32decies welzijnswet.
  • Er was geen sprake van een handicap en de vrouw kon ook geen feiten aantonen die konden wijzen op discriminatie op grond van haar gezondheidstoestand.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr.), 21/2/2018 - Rolnummer 16/2845/A

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?