Ga verder naar de inhoud

Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 24 september 2018

Het stopzetten van een bijkomende uitkering invaliditeit op de leeftijd van 60 jaar vormt geen discriminatie op grond van leeftijd.

[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]

Gepubliceerd op: 24/09/2018
Domeinen: Sociale bescherming
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van handicap (validisme), Leeftijdsdiscriminatie (agisme), Discriminatie op basis van gezondheidstoestand
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Arbeidsrechtbank
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een vrouw werkte in een bank, maar was langdurig arbeidsongeschikt ingevolge een arbeidsongeval. De bank had een groepsverzekering afgesloten voor haar personeelsleden en daaraan was een verzekering invaliditeit gekoppeld. Daardoor kreeg de vrouw een bijkomende invaliditeitsuitkering. Maar die werd stopgezet toen de vrouw 60 jaar werd. 

Ze meende dat er sprake was van discriminatie op grond van leeftijd, handicap en/of gezondheidstoestand.

Beslissing

De arbeidsrechtbank oordeelde dat er geen discriminatie was op grond van leeftijd. Daarbij verwees de arbeidsrechtbank naar artikel 12, § 2 antidiscriminatiewet: op het vlak van de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid vormt een direct onderscheid op grond van de leeftijd in een aantal gevallen geen discriminatie, mits dat niet leidt tot discriminatie op grond van geslacht.

De arbeidsrechtbank oordeelde dat er ook geen discriminatie was op grond van handicap en/of gezondheidstoestand. De vrouw was langdurig arbeidsongeschikt, maar toonde volgens de arbeidsrechtbank niet in concreto aan dat ze een handicap had. Ze toonde ook niet aan waarom ze werd gediscrimineerd op grond van haar gezondheidstoestand.

Aandachtspunt

De vrouw had verwezen naar artikel 45, § 1 van de RSZ-wet van 27 juni 1969 over het vrijwillig toekennen van voordelen door de werkgever, maar de arbeidsrechtbank oordeelde dat de antidiscriminatiewet een lex specialis is en primeert op de RSZ-wet.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr.), 24/9/2016 - Rolnummer 16/13851/A

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?