Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 4 maart 2011
Werknemers die collectief worden ontslagen in het kader van een aan de ondernemingsraad voorgelegde herstructurering krijgen bepaalde voordelen. Andere werknemers die worden ontslagen, krijgen die voordelen niet. Volgens de arbeidsrechtbank is dit onderscheid gerechtvaardigd.
Feiten
Een bedrijf gaat over tot collectief ontslag in het kader van een aan de ondernemingsraad voorgelegde herstructurering. Aan de werknemers die collectief worden ontslagen, worden bepaalde voordelen toegekend via een cao. Deze voordelen worden niet toegekend aan de werknemers die buiten het kader van deze herstructurering worden ontslagen. Een man beweert dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel uit de Grondwet, het EVRM en het BUPO-verdrag.
De man werd ontslagen samen met 3 andere collega's. Die collega's sloten een individuele overeenkomst met de werkgever waarin hen bepaalde voordelen werden toegekend, zoals een uitzonderlijke vertrekpremie. De man meende dat hij die voordelen niet kreeg omwille van zijn syndicale overtuiging.
Beslissing
De arbeidsrechtbank oordeelt dat ze kan nagaan of een cao, in strijd met artikel 10 en 11 van de Grondwet, een verschil in behandeling inhoudt. Volgens de arbeidsrechtbank is dat niet het geval. Een cao is het resultaat van onderhandelingen. Wanneer een herstructurering plaatsvindt, dan komen er in één keer heel wat werknemers op de arbeidsmarkt terecht. Ze komen er in concurrentie met andere werknemers en vinden daardoor moeilijker werk. Daarom meent de arbeidsrechtbank dat het verschil in behandeling gerechtvaardigd is.
Daarnaast oordeelt de arbeidsrechtbank dat het enkele feit dat 3 andere collega's bepaalde voordelen kregen via een individuele overeenkomst, niet bewijst dat de man die voordelen niet kreeg omwille van zijn syndicale overtuiging.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr), 4 maart 2011 - Rolnummer 08/16.222/A
Wetgeving:
- Artikel 26 Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (16 december 1966) (officiële Engelstalige versie op de website van de VN) (artikel 26 BUPO)
- Artikel 14 Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (4 november 1950) (artikel 14 EVRM)
- Artikel 10 en artikel 11 Grondwet
- Artikel 6, artikel 113 en artikel 1131 Burgerlijk Wetboek
Het vonnis werd gepubliceerd in Soc. Kron. 2014, p. 362-365.