Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 5 november 2015
Een man werd ontslagen en meent dat hij het slachtoffer werd van racisme. Hij verwijst naar enkele uitspraken van zijn diensthoofd, maar slaagt er niet in om die te staven.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Een man werkt als arbeider. Hij staat in voor het onderhoud van trams. Hij wordt ontslagen omdat hij na 3 pogingen niet was geslaagd in zijn tram-rijexamen en omdat zijn houding volgens de werkgever onaangepast was.
Hij meent dat hij het slachtoffer was van racisme en verwijst naar bepaalde uitlatingen van zijn diensthoofd: "Le travail est dur, mais c'est mieux que dans les champs de coton", "Il fait très noir dans le tram" en "Il n'est bon que pour nettoyer les trams" (vertaling: "Het werk is hard, maar toch nog beter dan de katoenvelden", "Het is erg donker in de tram" en "Hij is enkel goed om trams te kuisen").
Beslissing
Er is volgens de arbeidsrechtbank geen enkel element dat deze uitlatingen aantoont en de man diende er nooit een klacht voor in toen hij nog in dienst was. Er kan dus geen vermoeden van discriminatie worden vastgesteld en de vordering is ongegrond.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr.), 5/11/2015 - rolnummer 14/104/A