Arbeidsrechtbank Brussel (Franstalig), 9 januari 2017
De arbeidsrechtbank oordeelt dat het ontslag van een contractuele ambtenaar geen verband houdt met het indienen van een klacht wegens pesterijen. De werkgever weigerde ook geen redelijke aanpassingen.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man werkte voor een dienst van de Franse Gemeenschap. In het verleden had de man een arbeidsongeval gehad, waardoor hij problemen had met zijn rug. De man werd ontslagen nadat verschillende functioneringsproblemen werden vastgesteld, onder meer problemen met zijn hiërarchische meerderen en met zijn collega's. Vóór zijn ontslag had de man een klacht wegens pesterijen ingediend bij de preventiedienst en bij de arbeidsgeneesheer.
De man meende dat de werkgever hem had ontslagen omdat hij een klacht wegens pesterijen had ingediend. Daarnaast meende de man dat de werkgever redelijke aanpassingen had geweigerd.
Beslissing
De arbeidsrechtbank oordeelde dat er geen inbreuk was op artikel 32tredecies van de welzijnswet. Het ontslag hield volgens de arbeidsrechtbank geen verband met het indienen van een klacht wegens pesterijen.
Er was volgens de arbeidsrechtbank ook geen inbreuk op de antidiscriminatiewet. De man had nooit expliciet om redelijke aanpassingen verzocht en een medisch attest ingediend waaruit de noodzaak van redelijke aanpassingen bleek.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Brussel (Fr.), 9/1/2017 - Rolnummer 15/7409/A
Wetgeving:
- Decreet van de Franse Gemeenschap betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie (12 december 2008)