Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Brugge, 16 april 2013
Een schoonmaker wordt ontslagen om dringende reden en meent dat het ontslag het gevolg is van een klacht die hij indiende in verband met een racistische boodschap die hij aantrof in de toiletten. Hij roept de bescherming tegen represailles in, maar de arbeidsrechtbank stelt vast dat niet werd voldaan aan de vormvereisten uit de antiracismewet.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Een man werkt als arbeider-schoonmaker. Op 6 december doet zich een incident voor. Bij het schoonmaken van de toiletten treft de man een racistische boodschap aan waarvan hij meent dat die voor hem is bedoeld: "Neger kuist het toilet. Hahaha." Hij brengt zijn werkgever hiervan onmiddellijk op de hoogte.
Enkele dagen later wordt de man ontslagen om dringende reden. De werkgever verwijt hem dat hij in zijn camionette slaapt tijdens de werkuren, niet om 8 uur begint te werken, buiten zijn werkuren gebruik maakt van de camionette, te lange middagpauzes neemt ...
Volgens de man is het ontslag het gevolg van zijn klacht over de racistische boodschap. Hij vraagt een schadevergoeding van 6 maanden brutoloon op basis van de bepaling uit de antiracismewet over de bescherming tegen represailles.
De man diende ook een strafrechtelijke klacht in, maar die werd geseponeerd.
Beslissing
De man diende een mondelinge klacht in bij zijn werkgever. Voor het inroepen van de bepaling uit de antiracismewet over de bescherming tegen represailles is evenwel een schriftelijke klacht vereist. Hij voldeed dus niet aan de vormvereisten om een beroep te kunnen doen op de bescherming tegen represailles.
De strafrechtelijke klacht dateerde van na het ontslag en kon ook niet ingeroepen worden met het oog op de bescherming tegen represailles.
Uit geen enkel stuk bleek overigens dat het ontslag te maken had met de mondelinge klacht van de man of dat die klacht niet ernstig zou zijn genomen.
De arbeidsrechtbank oordeelde dat het verzoek van de man ongegrond was.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Arbrb. Gent, afd. Brugge, 16/4/2013 - rolnummer 12/1168/A